zaterdag 11 september 2010

Ken uw klassieken!

Sue, mijn betere helft, schiet altijd in de lach als ik een antwoord op een vraag in de TV-quiz Questions pour un Champion weet uit één van de vele stripboeken die ik ooit las. Het feit dat stripboeken als min of meer volwaardige lectuur worden beschouwd, in Nederland, maar in nog meerdere mate in België en Frankrijk, komt haar nog altijd vreemd voor. In Engeland worden stripboeken toch veel meer gezien als kinderboeken. Volwassenen die stripboeken lezen? Daar moet wel een steekje los bij zijn.
Toen ik kind was, werd daar in Nederland ook wel op die manier tegenaan gekeken; mijn moeder was niet erg gecharmeerd van het feit dat de kinderen zeurden om de Donald Duck, die toentertijd verspreid werd samen met het damesblad Margriet. Haar idee was, dat kinderen van het lezen van strips hersenverweking kregen. Hoewel: gerespecteerde Nederlandse strips zagen er toen toch wel anders uit dan strips als Kuifje en Suske en Wiske. Zo hadden de Bommel verhalen altijd twee of drie illustraties, zonder tekstballonnen, net zoals Eric de Noorman en Kapitein Rob, met een lap tekst onder de illustraties. Met de popularisering van Asterix (Frans), Kuifje en Blake en Mortimer (Belgisch) deed de “volwassen” strip, met tekstballonnen en al zijn intrede in de wereld van de boeken voor volwassenen.
Dat kwam denk ik deels door de humor (Asterix, Kuifje), deels door de onderwerpen (Blake en Mortimer). Dat zelfs kinderstrips educatief kunnen zijn, moge blijken uit het volgende. Mijn zoontje (toen een jaar of 10, 12) kwam af en toe uit de hoek met opmerkingen over bepaalde zaken, waarbij ik me afvroeg hoe hij dat in ’s hemelsnaam kon weten. Als ik dan vroeg waar hij dat vandaan had, kwam hij steevast op de proppen met “O, dat heb ik bij Suske en Wiske gelezen”.
In de bovengenoemde quiz was een van de vragen : “Welk schilderij van een schipbreuk wekte in 1819 veel weerstand op bij de bezoekers van de Salon van dat jaar?”. Ik gilde meteen het antwoord: “Het vlot van de Medusa”. Dat werd bevestigd door de quizmaster : “Le radeau de la Méduse (Het Vlot van de Medusa, 1818) is de titel van een beroemd schilderij van Théodore Géricault, dat momenteel in het Louvre in Parijs hangt”.
Ik herinnerde me namelijk een krantenartikel uit 1967, waarin werd vermeld dat één van de scènes uit “Asterix en het eerste legioen” gebaseerd was op dat schilderij. Ook vragen over stripboeken komen in de quiz regelmatig voorbij, met als tophits vragen over Tintin (Kuifje), Astérix en Blake & Mortimer. Ook over modernere strips, zoals XIII en Largo Winch van Vance en van Hamme worden regelmatig vragen gesteld. Maar het leukste vind ik het, als voor de kijkers een cryptische hint op het scherm verschijnt nog vóórdat de vraag is voorgelezen, ik het antwoord al weet nog voordat de vraag gesteld is. Eén van de hints was iets in de trend van “Een klassieke neus”, waarop ik meteen “Cleopatra” gilde. Niet dat ik iets over Cleopatra weet, maar in “Asterix en Cleopatra” hebben Asterix, Obelix en Panoramix het regelmatig over “Wat een neusje, hè; Een prachtige neus; Heb je haar neus als ‘ns gezien?”. En het antwoord bleek inderdaad correct te zijn! Waarmee aangetoond is, dat het de moeite loont je klassieken te kennen…

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 28 augustus 2010

Op zoek naar een boek

Hoewel internet winkelen meer en meer populair wordt, vind ik gewoon een boekwinkel binnen stappen, bladeren en eventueel kopen nog steeds nog steeds te prefereren boven een boek bestellen bij Amazon en consorten. Bovendien hebben boekhandels slechts een overlevingskans als mensen er ook daadwerkelijk gebruik van maken. In Cluny zit een boekhandel waar we redelijk tevreden over waren, dus toen ik drie delen uit een vervolgserie boeken wilde hebben, besloot ik die in Cluny te bestellen. Als er problemen zouden zijn, zou ik gebeld worden; de boeken zouden er vrijdag a.s. zijn, en ik vertelde de dame dat ik ze dan zaterdag op zou komen halen. Op zaterdag, het was die dag prachtig weer, stapte ik op de fiets, peddelde de 13 km naar Cluny, en hoorde daar dat de bestellingen te laat waren. Niet echt blij fietste ik terug, om op het antwoordapparaat een boodschap te vinden dat de boeken inmiddels gearriveerd waren. ’s Middags dus weer naar Cluny, op de fiets, om te horen te krijgen dat deel 2 van de serie in herdruk en dus niet beschikbaar was; of ik het erg vond om dan maar deel 1, 3 en 6 (!) mee te nemen. Ik kocht alleen deel 1 en 3, en besloot nooit meer iets bij die zaak te bestellen. Dan toch maar naar Amazon. Daar (b)leek deel 2 beschikbaar via een wederverkoper van Amazon. Binnen een dag kreeg ik e-mails van Amazon én van de wederverkoper, dat het geld niet zou worden afgeschreven, en dat het boek in herdruk was.
Fnac is een andere grote Internethandel. Dus niet getreurd, Fnac geprobeerd. Daar bleek het boek wel in voorraad te zijn. Na een letterlijk urenlange sessie om een account aan te maken, het boek te bestellen en te betalen (de site van Fnac is loodzwaar, en niet vooruit te branden via onze smalle broadband verbinding) bleek dat er onderweg iets mis was gegaan. Ik had géén account aangemaakt, géén boek besteld en (gelukkig) niet betaald. Een paar weken later moesten we voor iets heel anders in Mâcon zijn, en kwamen langs een doorgaans goed gesorteerde boekhandel, Univers du livre. Uit gewoonte wandelden we naar binnen om even te neuzen, en uit dezelfde gewoonte keken we of deel 2 toevallig in voorraad was. En wie schetst onze verbazing dat deel 2, in een speciale aanbieding, daar gewoon op de planken stond! Uiteindelijk bleek onze queeste naar deel 2 toch nog succesvol te zijn verlopen.

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 14 augustus 2010

De natuur moet zijn loop hebben

Op 7 augustus 2009 werden we verblijd met de komst van onze jongste aanwinst, een poesje dat die naam nauwelijks verdiende, en dat tot dan toe aan de kost kwam met bedelen aan de tafels in een dorp hier niet zo ver vandaan.
Wij zochten een openlucht kat in verband met de muizen- en mollenpopulatie, onze vrienden in Vaux hadden al genoeg zwerfkatten rond het huis, en dezelfde avond nog hadden we een héél jong poesje.
Hoe oud ze was weten we niet, maar de schatting was rond een week of acht.
Ze werd aan het lijntje gehouden, en de eerste tijd sliep ze in een ruime kooi.
Maar ja, kleine poesjes worden groter. En hoewel Fifi nu al wel veel groter is dan ze was toen ze hier kwam, was het toch nog altijd een heel klein beestje.
Maar onlangs begon ze uit te dijen, en dat viel ongeveer samen met het tijdstip dat we een oranje-rode kat rond zagen scharrelen over het terrein, die best wel eens een van de drie katjes kon zijn geweest die hier begin mei 2008 geboren waren.



Eerst dachten we nog, dat ze zich vol vrat, maar al snel vatte de gedachte post dat Fifi, die nog niet “geholpen” was, misschien wel op het punt stond te jongen.
Op een avond was het zover. Fifi was niet, zoals gewoonlijk, te vinden in haar eigen cave, of in de hanenbalken van het toiletblok voor de camping, maar ze lag amechtig op de mat voor onze voordeur, en maakte zelfs geen aanstalten om naar binnen te glippen als we weer even kwamen kijken. Uiteindelijk zijn we maar een uurtje bij haar gaan zitten, en na een tijdje, kregen we haar mee naar haar eigen plekje, haar mand in de cave. Rond twaalf uur middernacht waren er twee piepkleine katjes geboren, en de volgende ochtend, toe we meteen de cave indoken om te zien hoe het er voorstond, was Fifi druk aan het zogen, en lagen er 4 katjes tegen haar aan gedrapeerd. We zijn inmiddels op zoek gegaan naar een dierenarts, om Fifi te laten steriliseren. Want hoewel het wel erg leuk is, 4 van die kleine monstertjes erbij, willen we het hier wel bij laten!

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 31 juli 2010

D-day

Er duiken de laatste tijd steeds vaker artikelen op, dat Frankrijk binnen afzienbare tijd digitaal “gaat”. En dat betekent, dat op D-day “iemand” in een centrale een knop om draait, waarna uitzending van het analoge TV signaal stopt en wordt vervangen door een digitaal signaal. Heb je een TV ouder dan een paar jaar heb je pech gehad. De meeste expats hier hebben een satellietontvanger, dus die hebben geen probleem. Maar wij, ouderwets als we zijn, hebben een antieke antenne in de hanenbalken en een analoge TV. Om niet in de toekomst opeens verstoken te zijn van France 1, 2 en 3, togen we naar “Boulanger”, lieten ons voorlichten, en gingen naar huis met een decodeerbox van € 30 onder de arm. Thuis gekomen sloten we de box aan (er wordt inmiddels nog digitaal én analoog uitgezonden), en ja hoor, geen signaal.
Via via hoorden we dat er in Cluny een zaak was, die heel de omgeving digitaliseert. Van dezelfde via via hoorden we, dat a) de antenne wel eens te oud kon zijn, b) dat die op de verkeerde zender stond gericht, of c) dat er teveel begroeiing of bebouwing tussen ons en de digitale zender stond. We maakten een afspraak voor een advies, en bespraken de mogelijkheden, te weten aanpassen van de antenne, een nieuwe of een satellietschotel. De installateur verscheen op de afgesproken tijd, hoefde niet de zolder op om te kijken, maar zette de TV aan en bekeek wat we konden ontvangen. De man vertelde ons het volgende : de antenne was prima, stond goed gericht, en ving het signaal op van een zender bij Mont Saint-Vincent. Die zond weliswaar ook een digitaal signaal uit, maar (nog) niet deze kant op. Hij ried ons dan ook aan gewoon af te wachten en het rond D-day nog eens met de box te proberen. Volgens hem zou, als er geen signaal deze kant op zou komen, Sarkozy in de beurs tasten om te zorgen dat daar een oplossing voor zou komen. Dus misschien betaalt tegen die tijd de Franse staat (deels) onze satellietschotel!

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 24 juli 2010

Oefening baart kunst

Na het laatste drama op 8 mei waarin de Marseillaise een niet onbelangrijke rol vervulde, was het op 14 juli weer tijd voor een nieuwe poging. De hele goegemeente was verzameld rond de mairie, en een ieder maakte zich op om naar het monument te wandelen. Net voordat de stoet zich in beweging zou zetten, fluisterde de vaandeldrager, Monsieur N. iets in het oor van Monsieur P. Die opende de kofferdeksel van zijn auto en haalde daar de nieuwe versterker uit. Na wat gesjor, geduw en gedraai aan een aantal knoppen, waarbij Monsieur N. zacht aanwijzingen fluisterde, klonk opeens, op een heel bescheiden volume, de Marseillaise uit de speaker. In één woord, Monsieur P. was er klaar voor! Het was inmiddels 10 minuten later dan gebruikelijk, maar om kwart over elf stonden we eindelijk klaar voor de kranslegging bij het monument. Het bleek, dat Monsieur P. nog meer in petto had dan de nieuwe versterker.
In plaats van het voorlezen van de obligate redevoering gedicteerd door Parijs, nam Monsieur P. het woord, en las een brief voor die hij en een aantal geestverwanten hadden opgesteld aan FNAC. FNAC is een grote Franse winkelketen, die in Nice onlangs een fotocompetitie had uitgeschreven. De winnende foto in de categorie “Politiek incorrect” was een foto van een jongeman met de broek op de hielen, die zijn gat afveegde met de Franse driekleur. Zoiets gaat in het Frankrijk van Sarko natuurlijk niet ongemerkt voorbij, en dat dit bij een erkend patriot als Monsieur P. in het verkeerde keelgat zou schieten moge duidelijk zijn. Hij sloot zijn betoog af met de opmerking “En ik ben benieuwd naar het antwoord van FNAC”, waarna zonder verdere problemen een verkorte versie van de Marseillaise over ons werd uitgestort.
Inmiddels heeft de Franse staatscourant op instigatie van Michèle Alliot-Marie (Minister van jusitie) bepaald dat het beledigen van de Franse vlag strafbaar wordt gesteld, waarbij een boete van maximaal €1500 kan worden opgelegd.
Monsier P. mag voortaan ook wel op gaan passen; voordat je het weet wordt het gesol met de Marseillaise binnenkort ook nog strafbaar!

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 17 juli 2010

Frau Antje? - Käse aus Holland

Wat is er in ’s hemelsnaam mis met Franse kaas? Natuurlijk is er niets mis met Franse kaas, ik ben er zelfs dol op, maar er is ook niks mis met Nederlandse kaas. We zaten eens in onze favoriete lunchroom in Cluny, toen de eigenares naar ons toe kwam met de mededeling, ondersteund door een flyer, dat twee Nederlandse vrouwen sinds kort een kraam hadden op de zaterdagsmarkt van Cluny, en dat hun kaas, ook naar Franse begrippen, héél goed was. Nou verkopen ze in de supermarkten hier ook Leerdam, Gouda (spreek uit als Koedaa) of Edam, maar dat zijn allemaal de jonge, of zoals ik dat dan noem, plastic varianten van kaas. Dus gingen we, nog niet echt overtuigd, op zoek naar deze twee dames.
Op het pleintje tegenover de kaartjesverkoop voor de abdij stonden twee frisse Hollandse deernen hun kaas aan de vrouw te brengen. Suus en Paula van der Linden wonen inmiddels al weer een tijdje in Frankrijk, staan op diverse markten, verkopen ook aan huis en boeren zo te zien niet slecht. Een lekker stuk oude boeren brokkelkaas, oude komijnekaas, maar ook geiten- en schapenkazen gaan als warme broodjes de deur uit bij Suus en Paula. Om onze Franse, Britse, Amerikaanse en Nederlandse vrienden, die niet altijd even onder de indruk zijn van hun Koedaa uit de supermarkt, een beetje op het goede spoor te zetten, hebben we bij Suus en Paula een aantal flyers opgehaald, die we bij vrienden en kennissen uit delen, en die we ook in onze informatiepakketten voor de gîtes en de camping hebben gestopt. En dat het werkt moge blijken uit het feit, dat toen we laatst weer even wat kaas gingen kopen op de markt, we een gratis stuk mee kregen als dank voor onze promotie. En daar hadden we het, durf ik met de hand op het hart te beweren, echt niet voor gedaan!

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 3 juli 2010

Terug naar het stenen tijdperk

Ik heb inmiddels al zoveel stukjes geschreven over de diverse kransleggingen hier, dat ik er maar een apart label “ceremonie” voor heb bedacht. Degenen dus, die geïnteresseerd zijn in het wel en wee van Monsieur P. en onze burgemeester, en wat er zoal mis kan gaan tijdens zo’n kranslegging, kunnen voorgaande episodes bij elkaar harken door dat label te selecteren in het rechter menu.
De oproep van Generaal de Gaulle aan de Fransen om de strijd met de bezetter aan te binden 70 jaar geleden, werd dit jaar groots herdacht in heel Frankrijk. Wij waren dan ook zeer benieuwd hoe de herdenking in Bois Dernier dit jaar zou gaan. Zou Monsieur P. dit keer de gloednieuwe versterker wél kunnen bedienen, of was opnieuw assistentie nodig van de vaandeldrager Monsieur N.?
Rond half zeven ’s avonds had een abnormaal klein groepje zich verzameld rond de Mairie. Er was werkelijk maar een handvol mensen aanwezig, wat gezien het 70-jarig jubileum van het appel van de Gaulle wel erg karig was. Zelfs de grote gangmaker achter dit soort evenementen, Monsier P. zelf, ontbrak. Maar goed, wat gebeuren moest, zou gebeuren, en we gingen al co-voituragend verdeeld over nog minder auto’s dan gebruikelijk op pad naar Bois Dernier. Tot onze opluchting was Monsieur P. op eigen houtje naar Bois Dernier gekomen, en zijn auto stond vlakbij het monument geparkeerd. Nadat de krans was gelegd en de verklaring uit “Parijs” was voorgelezen door de burgemeester, vroeg Monsieur P. één van de jongste pompiers, een meisje van een jaar of 14, het appel van de Gaulle voor te lezen, en daarna was het tijd voor de muzikale afsluiting.
En wie schetst onze verbazing, toen Monsieur P. naar zijn auto liep, de kofferbak opende, en ons uitzicht gunde op zijn voorwereldlijke cassettespeler? Als vanouds klonk al steunend, piepend en krakend het appel van Generaal de Gaulle door de speaker (erg authentiek, dus!), gevolgd door de jankende Chant des Partisans, en afgesloten met de fraaist krakende Marseillaise ooit ten gehore gebracht (op die uit Casablanca na natuurlijk).
Mogen we hieruit opmaken, dat Monsieur P. de moed heeft opgegeven om ooit de nieuwe versterker te gaan gebruiken? De tijd zal het leren....

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 19 juni 2010

Platteland en concert etiquette

Het is weer zomer, en de festivals zijn overal weer druk aan de gang. In Cormatin zijn er elk jaar twee belangrijke festivals, het gitaarfestival (Guitares en Cormatinois - juni/juli) én het theaterfestival (Les Rendez-Vous de Cormatin - juli/augustus). Het gitaarfestival mag altijd rekenen op veel belangstelling, ook van toeristen, omdat muziek doorgaans toegankelijker is dan een toneelstuk in het Frans. Het gitaarfestival wordt bijna elk jaar geopend in de romaanse kerk van Malay met een concert van Emmanuel Rossfelder, een landelijk bekende gitarist. Dit jaar gaf hij geen soloconcert, maar begeleidde hij de van oorsprong Joegoslavische mezzo-sopraan Yana Boukoff in hun nieuwe programma Viva España.
De programmering was grotendeels Spaans (dat mag je verwachten met zo’n titel!) hoewel ook “Jesu bleibet meine Freude” van Bach, twee stukken van Heitor Villa Lobos (Braziliaan), de aria “L’amour est une oiseau rebelle” (Habanera) uit Carmen van Bizet (Frans) op het programma stonden, en als toegift het “Ave Maria” van Bach/Gounod werd gezongen. Maar een kniesoor die daar op let. Het programma zat verder uitstekend in elkaar, met een goede balans tussen instrumentale stukken en liederen. Voor mij, als vader van een klassiek gitarist was het een feest der herkenning om o.a. “Andaluza” van Granados, het tremolostuk “Recuerdos de la Alhambra” en de “Jota” van Tárrega weer eens langs te horen komen in een uitstekende uitvoering. En ook de “Canciones antiguas” van Garcia Lorca waren geen onbekenden voor mij.
Tijdens deze concerten amuseert (het gebrek aan kennis van) de concert etiquette mij altijd enorm. Zelf ben ik ook door schade en schande wijs geworden, bij voorbeeld door als enige te klappen op de verkeerde momenten, maar na een aantal concertbezoeken weet je doorgaans van de hoed en de rand. Het geheel is ook best wel verwarrend voor de niet door de wol geverfde concertbezoeker. Klappen tijdens de uitvoering? Bij jazzconcerten heel normaal, na een solo. Bij opera’s na een mooi gezongen aria? Heel gewoon. Bij een ballet, na een fraaie danssolo? Geen probleem! Maar tijdens een klassiek concert, na elk deel van de “Sept chansons populaires” van de Falla? Foei, foei, dat is bijna een doodzonde. Ook is het niet ongebruikelijk niet tussendoor te klappen als er meerdere stukken van één componist achter elkaar worden gespeeld.
Maar dat laatste is weer geen wet van Meden en Perzen. Eerlijkheid gebied mij te zeggen, dat ik een enkele keer de tel kwijt was, en dus braaf met de meerderheid van het publiek mee klapte. Overigens, zelfs voor niet ingewijden hoort het vaak duidelijk te zijn van de lichaamstaal van de uitvoerenden dat applaus welkom is; dat is in het geval van Rossfelder als hij demonstratief de hals van zijn gitaar in een verticale positie brengt, of als de zangeres haar bladmuziek laat zakken. Maar alweer, in zo’n rijk geschakeerd gezelschap van al dan niet gepensioneerde boeren en dorpelingen die maar eens in het jaar naar een concert gaan, is dat gebrek aan etiquette geen enkel probleem. Zowel Rossfelder als Boukoff hadden er in elk geval geen enkele moeite mee, en namen het “illegale” applaus dankbaar en met een glimlach in ontvangst. Waarschijnlijk dachten ze dat ze beter afwaren met een publiek dat dan weliswaar de concert etiquette niet beheerste, maar in elk geval eerlijk en oprecht van de muziek genoot!

Voor onze eigen website klik hier

woensdag 16 juni 2010

Bloggers onder elkaar

Wat is leuker voor een beginnend blogger dan te ontdekken dat er mensen zijn die je blog lezen, en zelfs leuk vinden?
Weinig, eigenlijk.
Ik had al eens wat positieve reacties gehad van een Amerikaans stel dat een deel van het jaar in een nabijgelegen dorp doorbrengt, en van familie en een enkele oude vriendin, maar wie leest dit soort dingen in vredesnaam verder nog?
Meer dan je denkt, zo moge blijken uit onderstaande links.

Keith Eckstein bekijkt en keurt regelmatig blogs over leven in Frankrijk, en ik was blij verrast, en ook wel een beetje trots, toen bleek dat hij mijn blog aandachtig had bekeken, en er een zéér vriendelijk artikel aan had gewijd.


Vóór die tijd was Sue’s blog al eens door Keith onder de loep genomen.

Chris and Linda zijn (althans in mijn ogen) echte bloggers.
Linda Hubbard blogt elke dag, hetgeen haar artikeltjes kort en zéér leesbaar maakt.

Chris Gulker schrijft wat minder frequent, en derhalve zijn zijn artikelen doorgaans wat langer, hoewel niet minder leesbaar.

Min eigen blogs verschijnen in principe één maal in de 14 dagen, tenzij ik stof heb voor een extra blog op de “vrije” zaterdag. Dit keer maak ik een uitzondering, reden waarom ik eindelijk eens wat minder breedsprakig kan zijn!

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 12 juni 2010

Questions pour un champion

Hoe krik je je luistervaardigheid Frans op als je bijna nooit met een Fransman praat? Eén van de manieren is door naar radio of TV te luisteren. In Nederland was ik al geen groot liefhebber van geleuter op radio of TV, maar de Fransen staan wat dat betreft ook hun mannetje. Wij ontvangen alleen France 1, 2 en 3, en ik vind de programma’s geen haar beter dan wat er op een gemiddelde Nederlandse TV avond wordt vertoond. Het draaide in eerste instantie om het weer en het nieuws.
Duidelijk gesproken, en bekende onderwerpen; dat moest lukken. Wat later ontdekten we spelletjesprogramma’s en quizzen. Was ik in Nederland ook al geen groot liefhebber van, maar ja, wat moet je anders? Na een aantal nogal dommige programma’s een aantal weken bekeken te hebben, stuitten we op Questions pour un Champion. Het programma vierde onlangs zijn 20ste verjaardag, met nog steeds dezelfde charismatische presentator Julien Lepers, en is razend populair. Ik zal de lezer niet vermoeien met de spelregels, maar de kandidaten, die een enorme algemene ontwikkeling bezitten, moeten vragen beantwoorden op het gebied van bijna alles, kunst, wetenschap, gastronomie, geografie, geschiedenis, enz. De presentator gooit er in razend tempo de vragen uit, want er zit ook nog een tijdslimiet aan de antwoorden. Als hulpje, want het tempo ligt echt ongelofelijk hoog, hebben we wel de ondertitels voor doven aan staan; en dat scheelt. Niet alleen is dat goed voor ons Frans, maar we vinden het zelf leuk. We zitten hard tegen elkaar in te schreeuwen als we denken het antwoord te weten vóór de kandidaat. Het is zelfs zo, dat we tussen 17h50 en 18h30 het antwoordapparaat aanzetten, omdat we in die tijd niet gestoord willen worden!

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 5 juni 2010

Recidivisten

Mijn betere helft heeft al eens een Blog (weliswaar in het Engels) gewijd aan enkele van onze gasten die niet alleen regelmatig terug komen, maar dan ook nog eens de handen uit de mouwen steken en (geheel vrijwillig!) meehelpen de groentetuin zomerklaar te maken of het kloven van brandhout voor hun rekening te nemen.
Gelukkig zijn dat niet de enige recidivisten die we keer op keer mogen verwelkomen. We hebben een aantal gasten, zowel op de camping als in de gîtes die we regelmatig terug zien, en waarmee het dan goed is om onder het genot van een glaasje wijn even bij te praten over de ontwikkelingen in zowel Cormatin als in Nederland.
De mensen die we hier krijgen komen hier om uiteenlopende redenen. Een deel van onze clientèle komt vanwege de nabijheid van Taizé, een ander deel komt hier uitgerust met fietsen of wandelschoenen om de omgeving van de Voie Verte verder te verkennen, er zijn natuurlijk de cultuurliefhebbers die hier hun hart op komen halen aan romaanse architectuur, en tenslotte zijn er degenen die hier gewoon komen om een weekje of langer tot rust te komen na een hectische periode in hun eigen land.
Onlangs hadden we hier een stel dat hier ooit was gekomen na uitgebreid onderzoek. Hun schoonzoon, een kennis van ons, was hier in 2008 onderweg naar een andere vakantiebestemming langs gekomen voor een kop koffie, met de opdracht om wat foto’s te maken en antwoord te geven op de prangende vraag “En is het wel schoon?”.
Blijkbaar was zijn verkenning tot volle tevredenheid van de opdrachtgevers uitgevoerd, want in hetzelfde najaar stonden Hermann en Carla voor onze neus. Het klikte uitstekend tussen ons, en bij het afscheid boekten ze meteen voor 2009. Die keer bestelden ze een maaltijd, een service die wij, als dat uitkomt tenminste, op verzoek bij aankomst verlenen en die we dan gezamenlijk nuttigen. Sue probeert dan altijd iets plaatselijks in elkaar te draaien, en haar Boeuf Bourgignon kan wedijveren met die van La Terrasse in Cormatin. En hoewel Hermann en Carla bij het afscheid in 2009 nog geen definitieve datum konden geven, was het wel duidelijk dat we ze zeker nog wel een keer zouden zien. En inderdaad, eind vorig jaar kwam er weer een e-mail binnen met de vraag of we ze weer twee weken konden onderbrengen, en of we dan weer een maaltijd bij aankomst konden verzorgen. Maar dat was nog niet alles. Ik heb weliswaar geen etnische Indische achtergrond, maar de buren uit mijn kinderjaren waren Indisch, en tijdens mijn driejarig verblijf in Singapore had ik ook veel affiniteit met Maleis eten.
Een paar dagen voordat ze zouden arriveren, kwam er een mailtje binnen waarin Carla vroeg of we het op prijs zouden stellen als ze een Indische maaltijd zou meebrengen. Ze hebben beiden een Indische achtergrond, en wat ons betreft was dat niet tegen dovemansoren gezegd. Op hun tweede dag zaten we dus wéér gezamenlijk aan tafel, alleen dit keer met een overheerlijke schotel van nassi putih, sajur lodeh, babi ketjap, rendang en ajam semoor.
En dat is, ondanks het feit dat hier veel te koop is, en dat de Franse keuken echt niet te versmaden is, toch een van de weinige dingen die je mist als je hier woont; een eenvoudige, doch voedzame Indische maaltijd.

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 29 mei 2010

Een tragedie

Toen we hier kwamen wonen, in 2005, stond er aan de Voie Verte in Cormatin een groot gebouw, waarop met koeien van letters stond “MUSEE DU VELO”. Een betere plaats voor een museum gewijd aan de fiets kun je je nauwelijks voorstellen. De eigenaar, iemand uit Tournus, huurde dat gebouw en had er zijn collectie van ca. 200 oude en nieuwe(re) fietsen, belastingplaatjes uit Nederland en België, affiches voor de Tour de France, bekers, truien in diverse kleuren, kortom, alles wat, al was het maar zijdelings, met fietsen of wielersport te maken had, in onder gebracht. We kwamen er nog wel eens, niet alleen voor de collectie, want die hadden we na drie maal wel gezien, maar omdat je er, na een warme dag fietsen, op de cour rustig even een drankje of een ijsje kon nuttigen. Maar in 2007 besloot de eigenaar in overleg met de verhuurder de tent te sluiten, wegens gebrek aan belangstelling en volgens zeggen wegens gebrek aan medewerking (lees subsidie) van de Commune de Cormatin. Het jaar daarop heropende het gebouw zijn deuren, maar ditmaal als Musée du Poilu. Poilu (=behaard) was de bijnaam van de Franse soldaten uit de eerste wereldoorlog. Het museum huisvest allerlei gebruiks- en kunstnijverheidsvoorwerpen, die de soldaten tussen aanvallen door in de loopgraven fabriceerden uit stukken granaatscherf, kardoezen of geweerhulzen. Zelfs het aluminum uit de niet ontplofte tijdbuizen van granaatkoppen werd gebruikt. De collectie is zeker interessant, maar hoewel de Grote Oorlog hier, net als in de rest van Frankrijk haar tol heeft geëist, speelde de echte strijd zich toch beduidend verder naar het noorden af. Het museum lijkt dan ook (letterlijk) een beetje misplaatst. Dat gezegd hebbende, het museum draait nog steeds, en heeft ’s zomers ook aan de “grote oorlog” gewijde toneelvoorstellingen. Er is dus blijkbaar toch een markt voor.
In ons plaatselijke leugenaartje doken de laatste tijd regelmatig artikelen op, die zinspeelden op een heropening van het Musée du Vélo (volgens eigen zeggen “Unique en France”) in Tournus. En inderdaad, het museum heropent zijn poorten op 19 juni a.s., en de gemeente heeft daarvoor een ruimte ter beschikking gesteld. Weliswaar voor 3 maanden op proef, maar toch. Alleen zal de eigenaar van deze collectie, Michel Grézaud, de heropening niet meer meemaken. Hij overleed ruim een maand voordat zijn droom opnieuw werkelijkheid werd......

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 22 mei 2010

Levende geschiedenis

Een van de voornaamste informatiebronnen in een dorpsgemeenschap als Cormatin is de plaatselijke middenstand, en met name de Tabac, waar bijna iedereen zo niet dagelijks, dan wel wekelijks komt om sigaretten, een krant, een tijdschrift of een wenskaart te kopen. Tijdens een van mijn bezoeken daar zag ik dat er de volgende avond een lezing zou zijn met als onderwerp Cormatin en het verzet tijdens WO II en de invloed van generaal de Gaulle in Bourgogne.
Het verband was me niet helemaal duidelijk, maar dat zou misschien wel komen tijdens de lezing. Weliswaar zouden we die dag gasten krijgen in onze gîtes, maar als die op tijd zouden arriveren (en dat deden ze), konden we naar die lezing toe. Op de betreffende avond togen we dan ook naar Salle Beun, een soort dorpshuis, waar iedereen die kon lezen in ons dorp verzameld was.
Het voert te ver om hier de inhoud van de lezing weer te geven. Maar het moet gezegd, dat Gilles Plattret, historicus, schrijver, journalist, politicus en graag geziene gast binnen het lezingencircuit in Saône-et-Loire (grappig genoeg heet dat “conférancier” in het Frans), een goed doortimmerd verhaal had over hoe de oorlog begon, wat de invloed van de demarcatielijn (die vlakbij Cormatin liep) tussen het “vrije” Vichy Frankrijk en het noordelijke bezette Frankrijk was, wanneer en hoe het verzet ontstond en wat de invloed van de Gaulle was in ‘40-‘45 in communes als Cormatin. Het geheel werd verlucht met een projectie van foto’s uit die periode. Overbodig te zeggen dat de oude foto’s vanuit de zaal regelmatig becommentarieerd werden door diegenen die Cormatin nog van vroeger kenden.
Maar wat ik het meest interessant vond, was de persoonlijke insteek van Plattret. Uiteraard was Monsieur P. prominent aanwezig bij de lezing. Plattret vertelde, toen het verhaal over het verzet in Cormatin ging een aantal anekdotes over wat zich hier had afgespeeld, waarbij zowel Monsieur P.’s vader, later gedeporteerd en omgekomen, en Monsieur P. zelf, ook gedeporteerd maar overlevende van Buchenwald een belangrijke rol speelden. Maar niet alleen de naam van Monsieur P. kwam regelmatig voor in het betoog. Er passeerden ook andere namen van (inmiddels voor ons ook) bekende dorpsgenoten de revue, waarvan in een aantal gevallen de nazaten in de zaal zaten.
Deze avond toonde wat mij betreft in elk geval overduidelijk aan dat een betoog over geschiedenis, hoe boeiend en goed gebracht ook, nog aanzienlijk wint aan toegankelijkheid voor het publiek als degene die de lezing geeft ook een persoonlijke band heeft met het onderwerp én met de aanwezigen in de zaal.
Voor wat mij betreft, ik houd de naam van Gilles Plattret in elk geval vanaf nu in de gaten.

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 15 mei 2010

Dorpspraat

Dat het leven in een dorp van het formaat Cormatin vaak veel weg heeft van het dagelijks leven in het fictieve Clochemerle, is al meerdere malen aangetoond in deze Blog.
Een oudere aflevering kreeg onlangs weer eens een vervolg.

Begrip voor elektronica van oudere inwoners houdt niet altijd gelijke tred met de voortgang van de techniek. De nieuwe versterker, aangeschaft door de Commune, en niet, zoals ik abusievelijk aannam, door onze oudstrijder en ex-gedeporteerde Monsieur P. zelf, was weer in volle glorie aanwezig tijdens de kranslegging op bevrijdingsdag bij het monument voor de gevallenen. Na de gebruikelijke redevoeringen moest de Marseillaise weer door het dorp schallen; Monsier P. was echter vergeten hoe de CD-speler werkte, en na fanatiek aan allerlei knoppen gedraaid en op diverse schakelaars gedrukt te hebben, waarbij ook de vaandeldrager het vaandel moest laten zakken om Monsieur P. een handje te helpen, knalde de Marseillaise eruit alsof er een House Party aan de gang was. Het lawaai was hard genoeg om de gevallenen uit hun eeuwige slaap te rukken. Maar dat was nog niet het einde van het officiële gedeelte. Nadat ieders hart weer op normaal ritme sloeg, verplaatste de hele groep zich naar het monument voor de gedeporteerden uit WO II, even buiten het dorp. Wie dacht, dat monsieur P. de CD-speler gewoon voor de zekerheid aan had laten staan, kwam bedrogen uit. Dit keer kreeg hij er namelijk in het geheel geen geluid meer uit. De menigte werd wat onrustig, waarna Monsieur P. aankondigde, dat we dan de Marseillaise maar gewoon moesten ZINGEN. En werd zonneklaar, dat niet alleen Nederlanders moeite hebben met hun volkslied; ook een groot deel van de aanwezigen, met inbegrip van de burgemeester, leken met stomheid geslagen.
Na dit ongemakkelijke intermezzo kan de burgemeester aankondigen waar dit keer de vin d’honneur zou worden genuttigd, en dat er nog meer op het programma stond: het uitreiken van “Un diplôme d’honneur pour les vétérans de la Seconde Guerre Mondiale”. Dat moest voor de wijn gebeuren, en één van de “gelukkigen” was Monsieur P. Na afloop van deze plechtigheid nam Monsier P. nog even het woord. En dat bleek geen dankwoord te zijn, maar een klacht over het feit dat “Parijs” zoveel jaar na dato niet veel meer wist te doen voor de Franse soldaten uit WO II dan te komen met een voddig stukje fotokopie op flyer formaat. Het woord “riducule” was het hoofdbestanddeel van zijn betoog. En ik denk dat bijna alle aanwezigen, de burgemeester incluis, het daar diep in hun hart eigenlijk wel mee eens waren.
De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 8 mei 2010

Hoe lees je een verkeersbord?

Tussen Chazelle en La Bergerie, het andere gehucht dat onder de jurisdictie van Cormatin valt, lag een soort van landbouwpad, grotendeels verhard op een kleine 100 m bij La Bergerie na.
Inmiddels, nadat het een tijdje in gebruik was als omleidingsroute tijdens wegwerkzaamheden in Chazelle, is het laatste stuk onverhard inmiddels voorzien van een laag asfalt, en is de weg omgetoverd tot C-weg, een “echte” weg, onderhouden door de Commune. Nadat de weg geopend was voor het publiek (tot dan toe was het een sluiproute, alleen bekend bij de omwonenden), verscheen er een nieuw verkeersbord aan de zijde van La Bergerie. Aan de kant van Chazelle staat nog altijd het “Eigen weg” bordje. Hoe nu het nieuwe verkeersbord te begrijpen? Het bovenste bord betekent hier verboden in te rijden vanaf deze richting. Daaronder staat : behalve schoolbussen van 8h15 tot 8h30 en van 17h00 tot 17h15. Dat leek ons heel vreemd, want dat betekent dat de weg tussen La Bergerie en Chazelle eigenlijk de hele dag gesloten is voor alle verkeer, en dat alleen schoolbussen er twee maal per dag een kwartier langs mogen. In de andere richting is de weg wel de hele dag open.
Navraag bij de mairie leverde het volgende op: de weg is in beide richtingen de hele dag open. Alleen ’s ochtends en laat in de middag, als de schoolbus van Chazelle richting La Bergerie rijdt, is de weg een kwartiertje gesloten voor tegemoetkomend verkeer; de schoolbus hoeft dan niet de berm in te duiken in verband met tegenliggers. Als de bordenmaker eronder had gezet “alléén van 8h15 tot 8h30 en van 17h00 tot 17h15”, zonder verwijzing naar schoolbussen, was het volledig duidelijk geweest. Maar door zo “duidelijk mogelijk” proberen te zijn, werd er een volkomen onduidelijke toestand geschapen. In elk geval kunnen wij nu weer met een gerust geweten buiten de vermelde tijden ongestoord gebruik blijven maken van onze sluipweg!

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 24 april 2010

Voor een snelle hap

Bourgondiërs eten doorgaans uitgebreid tussen de middag. ’s Avonds wordt er vaak een eenvoudige maaltijd genuttigd. Wat dat betreft zijn we niet echt ingeburgerd; wij eten licht tijdens de lunch en tafelen zwaar ’s avonds. Het zou dan ook prettig zijn als je gewoon ergens een patatje of een broodje croquet zou kunnen scoren, als je rond lunchtijd niet thuis bent. Maar snackbars zijn onbekend in dit deel van de wereld. We hebben overigens wel wat alternatieven gevonden.
Het meest logische alternatief lijkt een Sandwicherie te zijn, waar de hongerige tussen de middag een belegd stokbrood kan halen. Veel bakkers (Boulangerie en/of Pâtisserie) verkopen stukken pizza, of kleine quiches, en soms zelfs “sandwiches”, aangeklede baguettes dus. Maar dan moet je wel bijtijds zijn, want de meeste bakkers sluiten rond 12h00, en gaan pas na 15h00 of nog later weer open. Langs de Voie Verte bij Chazelle zat tot voor kort nog een Sandwicherie, maar helaas gaat die het volgend seizoen niet meer open.
Voor degenen die de voorkeur hebben voor een warme hap is er de Kebabzaak. Het is niet echt hetzelfde als een Shoarmazaak, maar komt er wel dicht bij. Ze verkopen er allerlei soorten kebabs, in verschillende vorm. Het meest populair zijn de “assiette kebab”, “sandwich “kebab” of “galette kebab”.
De assiette is een bord met vlees, patat, salade en sauce blanche en/of harissa (pittig). De sandwich is hetzelfde zonder patat, maar dan zit alles in een half Turks brood gepropt, en de galette is een flinterdunne pannenkoek met dezelfde vulling als een sandwich. In Cluny zit een uitstekende, “Bosphorus”, maar elke iets grotere plaats heeft één of meer Kebab zaken.
Er bestaan ook restaurants waar ze aan casse-croûte (letterlijk lunchpakket) doen. Dat staat vaak op de gevel (L’Orée-du-Bois, langs de Voie Verte). Het aanbod is er simpel; er zijn normaal gesproken diverse sanwiches beschikbaar, salades, en vlees met frites schotels. Onze favoriete lunch in Cluny tijdens of na het winkelen bestaat uit een steak-haché frites, een bord met patat en een gebakken tartaar-achtige hamburger. Een andere variant is een sandwich steak-haché frites, waarbij alles tussen de twee helften van een baguette wordt gepropt. Er bestaat ook zoiets als een steak-haché au cheval. Veel Britten durven hier niet aan te beginnen, alhoewel het niets met paardenvlees te maken heeft; het betekent dat er een spiegelei “au cheval” (schrijlings) op de hamburger ligt.
Dan zijn er uiteraard nog de pizzeria’s, of de “gewone” restaurants. Het is vaak de moeite waard om te kijken wat de plat du jour is. Doorgaans kun je óf een menu du jour (voorgerecht, plat du jour, nagerecht) bestellen, waarbij de prijs rond de € 13 schommelt, óf alleen de plat du jour (meestal onder de € 10). Onze onvolprezen Monique, de eigenares van La Terrasse in Cormatin kookt een uitstekende Boeuf Bourgignon. We hebben deze plaatselijke specialiteit al bij ettelijke restaurants geprobeerd, maar de hare steekt binnen een straal van 50 km overal met kop en schouders bovenuit. Andere lichte maaltijdvarianten bij La Terrasse zijn de maaltijdsalades, waarvan de salade Bressane, een groene salade met maïs en kippenlevertjes, een aanrader is.
Maar voor de echte die-hards, die perse fast food willen eten is het hier afzien geblazen… De dichtstbijzijnde McDonald’s zijn in Mâcon of Chalon te vinden, dus zo’n 35 km hiervandaan. Saône-et-Loire, ons Département, telt wel 6 van deze toko’s.
Vind je dat veel? Saône-et-Loire heeft een oppervlakte van ca. 8500 vierkante kilometer, de bevolking telt ca. 550000 inwoners. Amsterdam heeft 16 McDonald’s, op een (land)oppervlak van 220 vierkante kilometer voor 750000 inwoners. Voor de statistici:
Saône-et-Loire heeft 1 McDonald’s per 90000 inwoners; Amsterdam telt 1 McDonald’s per 47000 inwoners (een 2 x zo hoge dichtheid).
Saône-et-Loire heeft 1 McDonald’s per 1400 vierkante kilometer; Amsterdam telt 1 McDonald’s per 14 vierkante kilometer (een 100 x zo hoge dichtheid).
Ik vind het wel mooi zo; geef mij maar Saône-et-Loire!

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 10 april 2010

Paasmarkt in Louhans

Degenen die deze Blog op Facebook of via een e-mail vinden: voor de bijbehorende diashow moet je de “echte” Blog aanklikken.

Wij raden onze gasten, als die echt gek zijn op markten, aan om de maandagmarkt in Louhans te bezoeken. Niet alleen is Louhans een aardig stadje, maar op maandag wordt er een bruisende markt gehouden. Het is niet echt naast de deur (60 km), maar de weg er heen is goed en niet druk. De hele binnenstad is voor die dag veranderd in één grote marktkraam, waar groenten en fruit, kleding, vleeswaren, prullaria, huishoudelijke spullen ( zelfs Tupperware!), etc. verkocht worden. Ook degene die luidkeels een wonder-snijapparaat aanprijst ontbreekt niet.
De grootste attractie is echter de “beestenmarkt”. Aan de rand van het stadje, net buiten de centrum, strekt zich een stuk markt uit waar konijntjes, geiten, pony’s, honden, katten, kippen, eenden, etc. in alle soorten en maten te koop zijn. De kopers keren huiswaarts met kartonnen dozen waarin luchtgaten zijn geprikt, opdat hun nieuwe aankoop de reis in het ongewisse kan overleven.



Eén van de leukste dagen om Louhans te bezoeken is tweede Paasdag. Het is dan gierend druk in het stadje (de drukte is vergelijkbaar met de diverse Uitmarkten in Nederland), je moet 1 km vóór het centrum je auto kwijt, anders doe je er een half uur of langer over om ergens aan de rand van het stadje een plek te vinden. Deze Paasdag kenmerkte zich door stralend weer, en half Saône-et-Loire was op pad. Met alles volop in bloei was het ook buiten het marktgedeelte goed toeven. Eén ding kun je wel vergeten op zo’n dag, en dat is ergens even een hap eten. Alle restaurants in het stadje waren vol, en gereserveerd. Bij de weinige sandwichkramen stonden lange rijen, en uiteindelijk kochten we, bij de plek waar we geparkeerd stonden, een stuk pizza en een quiche bij de bakker. Maar dat ging er, na een dagje markten, in als Gods woord bij een ouderling!

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 27 maart 2010

Naar de bollen, naar die heerlijke bollen

Nu alweer een hele tijd geleden, toen we hier pas woonden, zagen we langs een aantal wegen in de buurt opeens bordjes staan in de vorm van een narcis met het woord Bonnay erop, of met een narcis erop geschilderd, of met het woord “jonquilles”.
De bordjes leken richtingbordjes te zijn, en het is hier niet ongewoon dat een dorp als Bonnay een bewegwijzerde wandel- of fietstocht uitzet, waarbij dit soort randonnées ook nog een schilderachtige naam krijgen zoals “jonquilles” (narcissen) of “jouvencelle” (bron, fontein). We besloten de bordjes te volgen, maar we kwamen er toen niet achter waar ze heen wezen; opeens hielden de bordjes op, en dat was het dan. Een paar jaar later, we hadden inmiddels vrienden gekregen die daar in de buurt woonden, kwamen we er via hen achter dat de bordjes in de lente werden neergezet, en dat die naar delen van een bos verwezen waar in het voorjaar wilde narcissen bloeien. Dit voorjaar, (de lente was net uitgebroken - en dat gaat hier echt zo) gingen we weer eens bij onze vrienden langs, en die vertelden ons hoe we het beste konden rijden om de jonquilles te vinden. Afgelopen zaterdag trokken we de stoute schoenen aan, wapenden we ons met een camera, klommen in de auto en reden naar de aangewezen parkeerplaats. Er stonden maar weinig auto’s, en we konden ongestoord het bos in wandelen, op zoek naar het Franse equivalent van onze bollenvelden. We waren blijkbaar nog wat aan de vroege kant, want weliswaar zagen we overal narcissen tussen de bomen staan, maar er was nog geen bloem te bekennen.
Afgelopen woensdag, toen het opnieuw prachtig mooi weer was, togen we opnieuw naar het bos. Dit keer stond het grasveld aan de rand van het bos vol met auto’s, en zagen we mensen met armen vol narcissen uit het bos komen. Zoals gebruikelijk in dit deel van Bourgogne, had de “foyer rural” van het dichtstbij gelegen dorp een tent opgezet waar men tegen een bescheiden vergoeding een versnapering kon nuttigen.
Toen we eenmaal in het bos waren, zagen we wat voor schade een horde “natuurliefhebbers” in korte tijd kan aanrichten. Aan de vertrapte grond onder de bomen was nog te zien waar de narcissen in bloei hadden gestaan, maar de enige narcissen die wij nog zagen waren aan de slachting ontkomen doordat ze verstopt zaten onder een wirwar van doornige bramentaken. De paar foto’s die ik van de jonquilles heb kunnen maken, zijn dan ook van de paar bloemen die er nog stonden. Als ik ooit nog eens een keer velden met narcissen in volle glorie wil zien, zal ik dus blijkbaar toch terug moeten naar de geestgronden....

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 13 maart 2010

Tour de France 2010

Wielrennen in Frankrijk is, net als in België en Nederland, een razend populaire sport. Zodra er een al dan niet groot evenement op stapel staat dan zie je ze weer, de mannen (en heel soms vrouwen) in felgekleurd lycra voorovergebogen over hun stuur in grote groepen langs ’s Heeren wegen zoeven, waarbij de voorste renner regelmatig ongearticuleerde kreten uitstoot of een hand of arm opsteekt om de groep achter zich te waarschuwen voor een gat in de weg, een wandelaar, een geparkeerde auto of een overstekend oudje.
En evenementen zijn er genoeg. In juni, als de Tour de France koorts weer toeslaat, beginnen door heel Frankrijk grote groepen renners aan hun eigen bescheiden Tour de Village, Tour de Département of Tour de Région, of simpelweg Tour d’Environnement. Een ieder spiegelt zich aan zijn of haar grote voorbeeld: Alberto Contador, Lance Armstrong, Jan Ullrich, Indurain, LeMond, of voor de ouderen onder hen Hinault, Mercx, Anquetil, Bahamontes...
Ook Cormatin blijft niet gespaard voor grof wielergeweld. Vorig jaar, 2009, kwam de Route de Saône-et-Loire (wielervierdaagse) door Cormatin. Uren van te voren waren de wegen afgezet, teneinde een kleine kopgroep en een groot peloton vrije doorgang te verlenen zonder dat er ongelukken konden gebeuren. Maar deze race valt in het niet bij de echte klassieker, de Tour de France.
In 2006 kwam de Tour weliswaar (nog) niet door Cormatin, maar de finish van de achttiende etappe was in Mâcon; reden voor een paar van onze kamperende wielerfanaten (en sindsdien recidivisten!) om naar Mâcon te fietsen teneinde dat spektakel daar mee te maken. De renners starten de volgende dag voor een tijdrit van Le Creusot naar Montceau-les-Mines. Het transport van Mâcon naar Le Creusot ging per bus of trein.
In 2007 kwam de zesde etappe van de Tour (van Semur-en-Auxois naar Bourg-en-Bresse, ca. 200 km) dwars door Cormatin. Vanaf ruim vóór de lunch tot rond 17h00 was de hoofdweg (D981 Cluny-Givry) afgezet, teneinde ruimte te bieden aan de karavaan gevolgd door de renners zelf. Het circus was inderdaad compleet: luid toeterende reclame auto’s, die met zo’n 50 km per uur door het dorp reden terwijl ze allerhande prullaria uit de ramen gooiend, honderden toeschouwers waarvan enkele zich bijna voor de auto’s gooiden om ook zo’n mooie kartonnen zonneklep te bemachtigen...
En daarna de climax, een gekleurde band die zo snel aan de ogen voorbij trok dat de gezichten van de renners niet veel meer waren dan vage vlekken. Dat jaar hadden we meerdere kampeerders hier die onze camping speciaal hadden uitgekozen vanwege de Tour. Enkele van hen wilden graag de tussensprint zien bij Brancion, maar konden daar, omdat er veel wegen waren afgesloten én bij gebrek aan een gedetailleerde kaart, niet komen....
In 2010 is er weer een etappestart hier in de buurt. De zevende etappe start zaterdag 10 juli 2010 vanaf Tournus (25 km) voor een rit van 161 km naar Station les Rousses. We zijn erg benieuwd of onze echt fanatieke wielerliefhebbers dan wéér van de partij zijn!

De website van La Tuilerie de Chazelle

maandag 1 maart 2010

Storm, een terugblik

In de korte diashow die bij deze Blog hoort zijn enkele beelden te zien van de overstroming in de Vendée en Poitou-Charentes van 28 februari 2010, en wat oud materiaal uit februari 1953.


Als de wind om het huis giert komen er bij mij altijd herinneringen boven drijven aan de rampnacht begin 1953. Gelukkig stormt het hier niet zo regelmatig als in Nederland, maar het kan ook hier goed te keer gaan. Onlangs was het weer zover: de hele kuststreek was ’s ochtends “vigilance rouge” (de hoogste alarmfase) en de rest van het land was oranje. In het avond journaal (de storm was inmiddels over Frankrijk geraasd) kwamen de bekende beelden langs: straten onder water, mensen die uit hun huis werden gedragen, en huizen waarvan alleen de daken nog boven de watervlakte uitstaken. In Bourgogne bleef de schade gelukkig beperkt; vorig jaar februari was het hier wél goed raak geweest, met ruim een dag zonder telefoon en elektriciteit, omgewaaide bomen op ons terrein...
Maar toch moet ik bij dit soort zware stormen altijd terug denken aan die stormachtige nacht begin 1953, toen ik op moest blijven (als kind vond ik dat geweldig!), terwijl via de radio de onheilsberichten binnen druppelden. Dijkdoorbraak hier, verhoogde dijkbewaking daar... Mijn vader zat gespannen te luisteren naar de berichten over een mogelijke dijkdoorbraak in de buurt van Krimpen aan de IJssel, waardoor ook Delft onder water zou komen te staan. En ook het koffertje met waardevolle zaken stond klaar in de gang. De volgende dagen waren er inzamelacties voor kleding en dekens voor de mensen die have en goed hadden verloren en wier huizen volledig blank stonden; mijn lagere school was een inzamelpunt voor dit soort zaken. Daarna kwamen langzaam de eerste beelden binnen, via het Polygoon journaal in de bioscopen (TV was er nog niet of nauwelijks). De ramp van 1953 kostte uiteindelijk het leven aan ruim 1800 mensen, en de voorlopige tol van de storm van gisteren in de Franse kuststreek is “slechts” een kleine 50 doden. En hoewel de schaal van beide gebeurtenissen nogal verschillend is, is het hartverscheurende leed dat van de TV beelden afstraalt hetzelfde.

Nog een nagekomen bericht uit NRC Handelsblad; na dubbelklikken is het artikel bij 100 % nog net te lezen.


De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 27 februari 2010

De Crescent Jazzclub

Nadat ik Jazz à Trivy had gevonden, vroeg ik me af of er niet ook nog ergens dichterbij een gewone ordinaire jazzclub was te vinden. Cluny had ’s zomers wel eens een paar concerten in een theaterzaaltje, Couches heeft een tamelijk groot jazzfestival, maar ik was op zoek naar zoiets als het oude Rotterdamse B14, of Thelonious, of zoiets. In Mâcon (niet echt naast de deur, zo’n 35 km weg) bestaat een jazzclub die Crescent heet. De club zit midden in de stad, in een oud (wijn)keldertje, waar je langs de rand niet kunt staan, zo laag is het, en waar een bassist zijn bas niet rechtop neer kan zetten. We gingen er heen, moesten lid worden (à € 3.50) en konden daarna plaats nemen op een van de banken. Zoals op de foto te zien is, is het een piepklein zaaltje, en meer mensen dan er op de foto staan, passen er niet in.
Dat moet ten tijde van het vrije roken een echt rookhol zijn geweest. Enfin, het eerste concert waar we heen gingen was niet erg interessant, en dan druk ik me nog netjes uit. We hebben nog een tweede poging gewaagd, toen er een “veelbelovende”jonge gitarist speelde. Zo’n uitje is altijd te combineren met een etentje in Mâcon uiteindelijk. Maar de kwaliteit van het gebodene was van dusdanig (amateuristisch) niveau, dat we besloten het verder in de Crescent maar voor gezien te houden. Wat wel jammer is uiteraard, als je van jazz houdt. Het enige pluspunt van de muzikanten die er speelden was wel, dat ze onversterkt, of bijna onversterkt speelden. Zelfs de drummers die we er hebben gehoord, wisten het volume op de een of andere manier binnen de perken te houden, zonder alleen maar met brushes te drummen. Want wat ik nog erger vind dan niet erg opwindende muziek, is als je door een soort geluidsmuur alleen nog maar kan zien dat er een saxofonist bezig is; horen en zien vergaat je dan eigenlijk. Ik heb dat een keer meegemaakt met Hans Dulfer in de Boerderij in Zoetermeer, waar je alleen als je buiten stond nog vagelijk wat instrumenten kon onderscheiden. En daarna kon je meteen door naar de oorarts met een gehoorbeschadiging!

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 20 februari 2010

Loto, Quine, Kien en Bingo

Eigenlijk ben ik totaal niet geïnteresseerd in het Bingo- of Lotospel. In Nederland had ik ooit maar éénmaal (en dat was méér dan genoeg) Bingo gespeeld, en daar herinner ik me bar weinig van.
Maar één ding intrigeerde me. Als kind mocht ik van mijn moeder wel eens met wat kleine houten rondjes spelen, waar een getal op stond. En mijn moeder had het dan wel eens over een Kienspel. Toen ons een jaar geleden werd uitgelegd hoe je Loto speelt in Frankrijk, bleek de uitroep bij een volle kaart “Quine” te zijn. Volksetymologie is niemand vreemd, dus een verband tussen Quine en Kien leek voor de hand te liggen. Enfin, even zoeken in Wikipedia bracht uitkomst.
De oorsprong van het spel ligt in Italië, waar het rond 1530 ontstond als Lotto. Het woord Bingo is afgeleid van de Amerikaanse variant, dat rond 1920 werd gespeeld op een formulier waarvan de cijfers na afroep met bonen werden afgedekt. Bingo is een verbastering van Beano, een verwijzing naar de bonen, en de naam van het formulier.
Het Nederlandse woord Kienspel is afgeleid van het Franse woord Quine, wat weer van het Latijnse Quini (= 5) komt, en dat verwijst naar de vijf getallen die per rij staan afgedrukt op een Loto kaart. De gebruikte formulieren lijken nationaal bepaald.
De Fransen (Loto) en Engelsen (Bingo) hanteren een formulier van 3 rijen en 9 kolommen, waarbij de eerste rij bestemd is voor de getallen 1 t/m 9, de tweede voor 10 t/m 19, enz. De laatste kolom is bestemd voor de getallen 80 t/m 90. Dit maakt het aflezen relatief eenvoudig. Er kan gespeeld worden per rij (wie dus het eerste één rij vol heeft) per 2 rijen (idem voor twee rijen) of per volle kaart. Wordt er per rij gespeeld dan wordt er in Frankrijk “Quine” (= 5) geroepen als iemand een volle rij heeft. Bij een volle kaart is de kreet “Carton plein”.
De Amerikanen en Nederlanders (Bingo) spelen op een formulier van 5x5 vierkantjes, waarbij het vierkantje in het midden leeg is. De 24 overige willekeurige getallen (uit de reeks 1 t/m 75) staan soms in willekeurige volgorde, soms per kolom gesorteerd (1 t/m 15, 16 t/m 30, enz.) op het formulier afgedrukt. Ook hier kan per rij, kolom, vierkant of een andere van te voren afgesproken vorm worden gespeeld, of uiteraard per volle kaart.
En dat allemaal omdat ik nieuwsgierig was naar de herkomst van het woord Kienspel!

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 13 februari 2010

Bureaucratie of de Franse slag?


Bureaucratie of de Franse slag?Regelmatig horen we klachten, voornamelijk van Engelsen overigens, over de “ongehoorde” bureaucratie in Frankrijk. Ik als Nederlander echter, vind de Franse bureaucratie een verademing als ik het vergelijk met Nederland (hoewel de over-organisatiegraad in Nederland soms ook wel voordelen heeft!).
De laatste keer dat we op de Mairie moesten zijn was voor ons jaarlijkse “certificat de vie”, een stuk papier zonder welk een verzekeringsmaatschappij bijvoorbeeld geen pre-pensioen uitkeert. Dat gaat heel gemoedelijk, je hebt een formulier bij je, de secretaresse vraagt “Comme l’habitude?”, ze gaat aan de slag en 2 seconden later sta je met een ingevuld en gestempeld formulier, zonder enige kosten, weer op straat. We wilde net gaan lunchen, toen we terug werden gefloten door een gemeenteraadslid belast met de “census”. In Nederland is de laatste volkstelling onder veel protest gehouden in 1971; die van 1981 werd uitgesteld en uiteindelijk afgeblazen. In 1991 ging het instituut volkstelling ook wettelijk ten onder. Maar in Frankrijk, waar geen bevolkingsregister bestaat, is er om de zoveel jaar een telling, die hier “recensement” heet.
De voorlaatste algemene was in 1999. Er bestaat een heel rooster van jaren waarin bepaalde communes worden onderzocht; het gaat niet per postcode of kanton, tenminste, daar heb ik geen aanwijzingen voor kunnen vinden. In elk geval werd op de nieuwjaarsreceptie door de burgemeester aangekondigd dat er twee gemeentemedewerkers waren belast met de registratie van de census voor Cormatin in 2010 (onze Kantonhoofdstad Saint-Gengoux is pas in 2013 aan de beurt).
Degene die ons terugfloot was Pierre M., een heel gemoedelijke man, die we vaak tegen kwamen bij het opzetten van de diverse evenementen in Cormatin. Of we even wat tijd vrij wilden maken voor de census. Uiteraard wilden we dat wel, en even later zaten we met een paar formulieren voor onze neus de vragen op zíjn formulier te beantwoorden.
Dat ging voornamelijk over wanneer we hier waren komen wonen, wanneer we het huis hadden gekocht, op welke manier we ons huis verwarmden, enz. Ons eigen formulier bevatte vragen over beroep, vooropleidingen, burgerlijke status, enz. Enfin, als we iets niet begrepen, en Pierre vond het ook te moeilijk, wuifde hij weer eens vermoeid met de hand, hetgeen betekende “Ach, laat die vraag dan maar zitten”. Na een kwartiertje mochten we naar onze lunch, met de opmerking “Nou, daar zijn jullie voor vijf jaar weer vanaf”.
Als je leest hoe gemoedelijk er op het plattegrond wordt omgesprongen met burgerzaken, wie durft er dan nog te klagen over Franse bureaucratie? Ik in elk geval niet!

De website van La Tuilerie de Chazelle

maandag 1 februari 2010

Bingo! (deel 2)

Voor deel 1 van deze spannende historie klik hier.
De jaarlijkse Loto zit er weer op! Wij hadden braaf onze Loto kaarten aan de man/vrouw gebracht, en alle 20 verkocht.
Afgelopen zaterdag was de Loto avond voor de afnemers van onze kaarten, zodat we een klein uur met andere vrijwilligers Loto moesten spelen, en de volgende dag, de zondag dus, was de officiële Loto. Beide dagen gebeurde het, dat er een prijs viel op meerdere kaarten tegelijk.
En in tegenstelling tot wat ik dacht, viel de (eerste) prijs niet op degene die als eerste “Quine” riep, en de volgende prijs op de tweede, enz.; nee, bij meerdere “Quine” roepers werd er om de prijs geloot. De minder gelukkige Quine roepers kregen een troostprijs, een fles wijn, een potje paté, of iets anders begerenswaardigs. En daarna ging de Loto gewoon door voor de volgende volwaardige prijs. Ze zijn hier overigens niet zo streng in de Loto-leer als in sommige bejaardenhuizen in Nederland, waar je onmiddellijk afgestraft wordt als je per ongeluk “Ja” roept in plaats van Bingo, en de prijs dus aan je neus voorbij gaat.
Tijdens de echte Loto waren we vrijgesteld van ingespannen luisteren naar het afroepen van de getallen in het Frans, omdat we bardienst hadden. We konden dus onze summiere rekenkunst laten voor wat het was, en hoefden geen hoofdrekensommen te maken in de trend van "Quatre-vingt-dix-neuf = 4 x 20 + 10 + 9 = 99". En wat is een Frans evenement zonder voedsel? Niet alleen werden we verondersteld bier, wijn, koffie, thee of limonade te slijten aan de vermoeide Loto spelers tussen één van de 9 ronden in; nee, ook bakjes met “bugnes” waren in de aanbieding.
Wij hadden er geen idee van wat bugnes waren, maar inmiddels zijn we volledig op de hoogte. Het zijn kleine stukjes gefrituurde deegwaar, bestrooid met poedersuiker, en de smaak en consistentie lijken een beetje op die van luchtige appelflappen (maar dan wel zonder appel). Enfin, de bugnes gingen als warme broodjes over de toonbank, en aan het eind van de middag was er een flinke bres in de voorraad drank geslagen. Dat was overigens grotendeels te danken aan de hoge opkomst. Voordat de Loto echt van start ging moesten er nog extra tafels en stoelen worden gemobiliseerd, hoewel daar eigenlijk niet echt plaats voor was. Heel Cormatin, inclusief de razende reporter van het Journal de Saône-et-Loire Mme Michèle E.-D., de burgemeester en loco-burgemeester, en zelfs de geachte afgevaardigde van het Conseil-Général van Saône-et-Loire, de heer Jean-Pierre C., was aanwezig en speelde Loto. Binnen niet al te lange tijd zullen we het verslag lezen in ons plaatselijke leugenaartje; de lezers van deze Blog hebben echter een streepje voor en zijn als eerste op de hoogte van dit ongekende evenement.

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 30 januari 2010

Jazz à Trivy

Jazz en Frankrijk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Parijs is lang een trekpeister geweest voor grote jazz musici; menig muzikant bleef ook voor kortere of langere tijd na de oorlog in Parijs hangen. Los daarvan hebben de Fransen zelf ook een aantal grote jazznamen voort gebracht, zoals Martial Solal, Daniel Humair, Pierre Michelot, Michel Legrand, Jean-Luc Ponty, Louis Sclavis en het onvergetelijke Quintette du Hot Club de France met Django Reinhardt en Stéphane Grappelly. De traditie van de Hot Club leeft nog steeds voort in een groot aantal “manouche” combo’s.
We waren op een goede dag in het Office de Tourisme van Cluny aan het rondneuzen, toen we een foldertje zagen met als titel “Jazz à Trivy”. Eén van de eerste concerten die daar gegeven zou worden was een concert van Biréli Lagrène met zijn groep Gipsy Project. In Cluny waren geen kaartjes meer te koop, maar daar wisten ze ons wel te vertellen, dat in de apotheek van Charnay-lès-Mâcon nog wel kaartjes beschikbaar waren. Charnay is niet zo ver hier vandaan (zo’n 30 km), dus de kaartjes waren snel gekocht. Iedereen die wat meer van jazz af weet, weet dat Lagrène zich ontwikkeld heeft van een Django kloon tot iemand met een uitstekende techniek en een heel eigen sound, ook al is hij zijn manouche achtergrond niet vergeten. Het concert was dan ook uitstekend, en twee seizoen erna trad Lagrène weer op in Trivy, dit keer samen met Gipsy project en zangeres Sara Lazarus. En dat is wat ik zo verbazingwekkend vind. Lagrène kan zonder veel moeite een zaal zoals de Doelen in Rotterdam vullen, en heeft dat ook gedaan in het verleden. En zo’n muzikant treed dan op in een gehucht ergens in de Bourgondische rimboe, in een Romaans kerkje waar met veel moeite 100 man in zijn te persen. De verklaring zal wel simpel zijn; wij denken, dat Lagrène óf hier oorspronkelijk uit de buurt komt, óf hier een aantal vrienden heeft die hij graag een plezier doet, óf een combinatie van beiden. Hoe het ook zij, Lagrène is in Trivy een graag geziene gast. En Trivy heeft meer te bieden dan dat; een tijdje terug traden de Swingle Singers met Ward Swingle op in Trivy. Voor de jazz liefhebbers die hier ’s zomers verblijven, is “Jazz à Trivy” dus een naam om in de gaten te houden!

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 16 januari 2010

Bingo! (deel 1)

Vorig jaar lazen we in het “Bulletin de Cormatin” dat de “Amicale de Cormatin”, een gezelschap dat o.a. de jaarlijkse brocante en randonnée, het uitstapje voor de ouden van dagen en het kinderkerstfeest op school voor haar rekening neemt, verlegen zat om vrijwilligers. Tijdens de nieuwjaarsreceptie vroegen we een bevriende Cormatinoise wie we daarvoor moesten benaderen, en ze wees ons Monsieur Alain G. aan. We schoten de man aan, en ja, we konden helpen; we moesten op een bepaalde zaterdag om 17h00 bij Salle St. Roch zijn, voor de Loto (=Bingo). We vonden het wel een beetje gek, want we dachten dat de Loto ’s middags werd gehouden; maar misschien hadden ze mensen nodig voor de afwas of voor het terug zetten van stoelen en tafels.
Het werd nog vreemder toen we ontdekten dat de Loto op zondag werd gehouden. Maar, dacht ik in mijn onschuld, misschien moesten we dan de tafels en stoelen juist klaar zetten. Enfin, we waren op tijd, er bleek een hele meute mensen aanwezig, en binnen de kortste keren kregen we een handvol bingokaarten voor ons neus, en begon het afroepen van de nummers. Elke keer als er een prijs viel, liep de “prijswinnaar” naar voren en leverde zijn of haar kaart in, die keurig werd geregistreerd. We hoefden geen cent te betalen voor de kaarten; maar hoewel er drie prijzen vielen, werden die niet afgehaald, en toen na een uur de laatste prijs viel, stapte een ieder op en ging huiswaarts.
Onnodig te zeggen dat we er geen snars van begrepen.
Inmiddels zijn we wat beter ingevoerd in het verenigingsleven hier, en tijdens de laatste Amicale vergadering vielen ons (eindelijk!) de schellen van de ogen. Aan het eind van de vergadering namelijk, kreeg elke aanwezige een enveloppe met 20 Loto kaarten. Ieder werd verondersteld deze kaarten te verkopen à € 2.00 per kaart; de kaarten waren genummerd, en de kopers werden met hun kaartnummer geregistreerd. De dag vóór de “openbare” Loto werden de kaarten ingeleverd bij de organisatie, en de vrijwilligers van de Amicale speelden dus een aantal Loto ronden in naam van degenen die de kaarten hadden gekocht. Pas de middag erna vond de “echte” Loto plaats, waarbij je net zoveel kaarten kon nemen als je wilde, maar dit keer dus wel tegen betaling!
Voor deel 2 en slot klik hier.

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 2 januari 2010

Dat was eens, maar nooit weer! (slot)

Heel in het kort: dit is deel 3 van een stuk over hout hakken in een bos.
Na een lange zomer zouden wij in augustus het hout ophalen, met onze Citroën Picasso en aanhanger. Gelukkig was “ons” stuk bos vlakbij huis, en konden we een oogje in het zeil houden. We kwamen er dan ook al snel achter, dat het kale pad, waarlangs we naar de affouageplek gingen, in augustus al bijna dichtgegroeid was met struikgewas. Toen we dat zagen, zijn we als een haas begonnen het hout uit het bos te halen, waarbij we en passant een boomstronk over het hoofd zagen. Dat resulteerde in een deuk onder aan het chassis van de auto, waardoor het portier niet meer open of dicht kon. Gelukkig stond er een ex-automonteur op de camping, die met behulp van een hamer de deur weer ‘openbaar’ maakte…..
Het hout was aanzienlijk droger en dus lichter geworden, wat het opladen aanzienlijk vergemakkelijkte.
Uiteindelijk hadden we in totaal ruim 18 stère. Dat betekent dus (arbeid niet mee gerekend) rond de € 2 per stère; bij de houtboer betaal je rond de € 50 per stère, maar dan krijg je ze wel aangeleverd in hapklare brokken van 30 cm lang. Het is dus sterk de vraag hoe economisch de affouage is. Dat hangt sterk af van het vakmanschap van de affouageurs. Ik maak een ruwe schatting :
Affuage = € 35. Hout hakken en stapelen - 32 uur met 4 man à € 10 (zwart!) = € 1280. Transport uit bos en stapelen - 15 uur met 2 man à € 10 = € 300. Op maat zagen, stapelen - 10 uur met 2 man à € 10 = € 200. Vergeet benzine, kettingen voor de zaag, beschadiging aan de auto. Totaal : € 1780.
Het kopen van 18 stère à € 50 = € 900. In aanmerking genomen dat het aantal uren redelijk klopt, en dat het zwarte uurloon te laag is, zou het hout zelfs met een uurloon van € 5 nog aan de prijzige kant zijn geweest. Daar nog eens bij opgeteld dat ik nog steeds pijn in mijn schouders heb van het versjouwen van het hout, kun je je afvragen of affouage, op deze manier gedaan door een stel goedwillende amateurs wel de moeite waard is. Voor mij was het in elk geval eens, maar nooit weer!

De website van La Tuilerie de Chazelle