zondag 3 juli 2011

Guitares en Cormatinois – Emmanuel Rossfelder

Afgelopen zaterdag was het tweede concert in de serie “Guitares en Cormatinois”, gegeven door gitarist Emmanuel Rossfelder en het Italiaanse fluitensemble Toscanini in de open lucht, d.w.z. in de ruïne van de dekenij van Saint-Hippolyte. Rossfelder is één van de steunpilaren van het festival en het ensemble is een amateurgroep van 18 meest vrouwelijke fluitisten, en de gigantische toren van de ruïne is van ver in de omtrek te zien. Het pièce de résistance van de avond zou het Concerto d’Aranjuez moeten zijn. Daar wil ik de volgende kanttekening bij plaatsen.
Ik heb in het verleden ooit een collectie aangelegd van Moessorgski’s “Schilderijen van een tentoonstelling” voor allerlei vreemde combinaties (oorspronkelijk is het een stuk voor piano). Daar zijn allereerst de bekende orkestratie van Ravel en de popuitvoering van Emerson, Lake & Palmer, maar er bestaan ook bewerkingen voor carillon, voor fanfare en carillon, voor straatorgel, enz. De meeste van deze werken zijn meer curiosa dan iets anders, hoewel doorgaans leuk om een keer te horen.
Wat mij betreft gold hetzelfde voor Rodrigo’s stuk. Een enkele van de fluitisten had moeite de juiste toon te treffen, de piccolo’s klonken vaak alsof één van de dames in het achterwerk werd geknepen door één van de heren, het arrangement was vlak of werd heel vlak uitgevoerd, en mijn indruk was dat Rossfelder meer voor de aardigheid speelde dan dat hij een serieus concert gaf. De rest van het concert door het ensemble verliep min of meer hetzelfde, alles werd erg vlak, en niet altijd even zuiver gespeeld. Overbekende stukken als Pachelbel’s canon en het allegro uit de 40ste van Mozart, die al gauw een doodgespeelde indruk wekken door hun bekendheid hadden hier extra onder te lijden.
Rossfelders routine en vakmanschap konden ook met Vivaldi’s concerto in D groot en de variaties op het
Carnaval van Venetië van Tarrega niet goedmaken dat dit concert van beduidend lager peil was dan wat we gewend zijn van Guitares en Cormatinois. Aan de ambiance lag het in elk geval niet!

Voor onze eigen website klik hier.

maandag 27 juni 2011

Guitares en Cormatinois – Alexandre Baty

Hoewel ik niet de illusie koester dat mensen speciaal voor dit festival naar Cormatin komen, is het toch goed te weten dat als je, om wat voor reden dan ook rond festivaltijd in deze hoek zit, het de moeite loont om één of meer concerten te bezoeken. Het eerste (uitstekende) concert werd gegeven in de kerk van Cormatin door Alexandre Baty, een jonge veelbelovende trompettist, die eerste werd bij internationale concoursen in Budapest en Praag, en als solist werkt bij diverse Franse orkesten. Baty gaat binnenkort naar Amsterdam, waar hij solist wordt bij het Concertgebouw Orkest. Hij werd begeleid door Véronique Goudin-Léger op de piano.
Het concert begon met het concerto voor twee trompetten en orkest van Vivaldi, waarbij Guy Touvron, artistiek directeur van het festival “Guitares en Cormatinois” en toonaangevend Frans trompettist de tweede partij voor zijn rekening nam. Vervolgens stonden op het programma het bekende trompet concerto van Haydn, een concerto van Tartini (Italiaans barokcomponist) en 2 stukken van Vassilly Brandt (1869-1923) resp. Oskar Böhme (1870-1938).
Goudin schitterde als soliste in de prélude no. 6 van Rachmaninov.
De 19de eeuwse kerk heeft een fraaie akoestiek voor dit soort muziek; het is verbazingwekkend is hoe helder de hoge noten van de trompet doorklinken in dit gebouw.
Na afloop is er dan nog een etentje voor en met musici en vrijwilligers, en hoewel ook dat zéér de moeite waard was, is dat voor de “gewone” betalende concertbezoekers helaas niet weggelegd…..

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 25 juni 2011

Spiderwoman

De publicatie van “onze” brochure het “Bulletin Municipal 2011” (Cormatin) is elk jaar weer een grote bron van vreugde. Niet alleen wordt daar uitputtend verslag gedaan van het jaarlijks opnieuw de kop opstekend vandalisme (dit jaar waren wéér de kerstversieringen het slachtoffer), maar ook van nieuwe projecten die dit jaar op stapel staan. Dus degenen die niet naar de nieuwjaarswens van de burgemeester in het dorpscentrum konden komen luisteren, kunnen hun kennis ophalen met dit kleine boekwerkje.
Eén van de hoogtepunten voor dit jaar is de start van de bouw van de nieuwe school, een project onder auspiciën van zowel de gemeentebesturen van Cormatin en Malay als van de Communauté de Communes entre Grosne et Guye (CCGG) waarvan de burgemeester van Cormatin de President is. De school moet er voor zorgen, dat de kindertjes van Cormatin zowel als van Malay klaar worden gestoomd voor het echte leven.
Een ander groot nieuw project is de bouw van een klimwand bij Ameugny. Hoewel dit ook al in het Bulletin van 2010 werd genoemd, was de 2011 editie wat specifieker. Er stond een klein kaartje bij van het gehucht bij Ameugny dat “Bois Dernier” heet, en de voormalige steengroeve van Ameugny was omcirkeld als de plaats van de toekomstige klimwand. Nu fiets ik een aantal keren per week langs de voie verte, steek de D14 over bij het Musée du Poilu, en kom derhalve vaak langs die steengroeve. Ik had daar echter nog nooit iets bijzonders opgemerkt. Onlangs echter fietste ik langs de D981 naar Cormatin, en toen viel mijn oog op een rotspartij(tje) langs de voie verte, nét zichtbaar vanaf de grote weg. Op de terugweg ging ik via het fietspad, en toen zag ik inderdaad een stukje rotswand, dat er uitzag als het restant van een steengroeve, met een lengte van zo’n 20 m oprijzen tot de duizelingwekkende hoogte van een meter of vier. Thuisgekomen ontspon zich een discussie over de mogelijkheden van de klimwand, en we kwamen min of meer tot de conclusie dat dit een veredeld klimrek zou worden voor de leerlingen van de nieuwe school.
Maar echt bevredigend was die verklaring toch ook niet, en de dag erop, toen we met de auto op stap waren naar een klant, parkeerden we op de terugweg bij Bois Dernier en liepen een stukje langs de voie verte richting Taizé. Het stukje wand, dat ik eerder vanaf de weg had zien liggen, bleek het laagste deel van een steengroeve te zijn; Vanaf daar ging de heuvel vrij steil omhoog, en tussen allerlei struikgewas en geboomte door zagen we daar een wel degelijk steile wand oprijzen, met een geschatte totale hoogte (vanaf de voie verte) van een meter of veertig. Dat leek er meer op. Vanaf de voie verte bleek het onmogelijk een fatsoenlijke foto te maken. Ik was nog steeds een beetje aan het rond kijken op de voie verte zelf, toen ik de apotheekster met haar zoontje tegen kwam. Het gesprek kwam snel op de klimwand, en ze waarschuwde me voor het gevaar dat daar dreigde: gaten in de grond, vallend gesteente, enz. Intussen was ik Sue kwijt geraakt. Die bleek via een pad bij Bois Dernier omhoog geklommen te zijn, en had de onderkant van het tweede stuk rotswand gevonden. Toen ik haar uiteindelijk bereikt had, had ik een vrij uitzicht op wat de klimwand zou gaan worden. En wie schetst mijn verbazing toen ik Sue daar, als een klein uitgevallen Spiderwoman, tegen de wand aangeplakt zag?

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 18 juni 2011

hoofdrekenen

In de serie “kransleggingen” volgt hier een uitzending mogelijk gemaakt door onze plaatselijke overheid. Op 18 juni wordt herdacht dat generaal de Gaulle vanuit Londen in 1940 zijn landgenoten opriep om op te staan tegen de bezetter. Dat resulteert in Cormatin in slechts één kranslegging, die bij Bois Dernier. Op de lage opkomst na (in totaal 14 man) gebeurde er weinig schokkends. De proclamatie van de Gaulle werd voorgelezen, uit Monsieur P.’s eeuwenoude cassettedek klonk een stukje uit een BBC uitzending van de Gaulle gevolgd door de Marseillaise, en daarna marcheerde men af richting …. Nee, niet één van de 3 gebruikelijke cafés, maar richting Camping Municipale.
Het cafetaria daar had de burgemeester attent gemaakt op haar bestaan, en aangezien het iedereen gegund wordt een graantje mee te pikken van het glaasje wijn na afloop, staat in het vervolg de camping ook op Monsieur B.’s lijst. Hij meldde zelfs hoopvol, dat we nu voor iedere kranslegging een ander café konden gebruiken, tot hij op zijn vingers aftelde dat er niet 4, maar 5 kransleggingen per jaar zijn!

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 11 juni 2011

Nouvelle Vague (deel 2 en slot)

Degenen die deze Blog op Facebook of via een e-mail vinden: voor de bijbehorende diashow moet je de “echte” Blog aanklikken.

Het feest voor de Cormatinois begon op een zonnige zaterdagochtend, rond 11 uur.
Alle “Conscrits” (die zich hadden ingeschreven, en die hadden betaald voor zichzelf en hun aanhang) verzamelden zich met hun partners, kinderen of vrienden op de parkeerplaats van het Château, en kregen hun eigen hoed en rozet uitgereikt. De jongens geboren in 2000 kregen een zwarte hoed met lichtblauw lint, de meisjes een witte hoed, mannen en vrouwen geboren in 1990 droegen een zwarte hoed met rood-wit-blauw lint, enz.
1980 ontbrak in Cormatin, maar de kleur van de hoeden was voor de diverse Classes : 1970 - oranje; 1960 - rood; 1950 - donkerblauw, 1940 - paars, 1930 en 1920 - wit met rood-wit-blauw lint. De rozetten waren meestal in de kleur van de hoeden, en toonden het jaar dat de drager 20 jaar oud was.
Het feest was niet beperkt tot Cormatinois alleen, ook de inwoners van Malay, Ameugny en Taizé waren uitgenodigd. Het ging in totaal om een kleine 30 Conscrits.




Nadat een ieder zijn of haar hoed en rozet had ontvangen, werd een optocht gevormd, die vanaf de verzamelplaats naar het eind van het dorp ging, omkeerde en eindigde bij het oorlogsmonument. Maar de optocht was geen gewone optocht. De Conscrits liepen per Classe gearmd, en elke rij maakte zowel een voorwaartse als zijdelingse beweging, waardoor de optocht zich als een soort golf (“vague”) door het dorp voortplantte. Bij het monument aangekomen werd er een krans gelegd, waarna de hele colonne zich weer in beweging zette naar het dorpshuis op de heuvel Saint-Roch voor een verre d’amitié met hapjes. Inmiddels had de aanhang zich bij de Conscrits gevoegd. Wie denkt dat het daarmee afgelopen was, had het mis. Nu was het tijd voor de groepsfoto van alle Conscrits, en voor de foto per Classe. En toen ook dat er opzat, was het tijd voor de lunch. Conscrits zowel als aanhang reden naar een restaurant in Malay, waar een copieuze 6-gangen maaltijd werd geserveerd. En alsof dat nog niet genoeg was, trad na de maaltijd een band aan die Franse chansons en cabaret ten beste gaf, waarna de aanwezigen tot in de kleine uurtjes door gingen met feesten en dansen. Wat oorspronkelijk een onschuldig feestje leek, bleek ons bezig te hebben gehouden van elf uur ’s ochtends tot een uur of drie in de vroege ochtend van de volgende dag. De lunch alleen al duurde van twee tot zes uur ’s middags.
Als zo’n traditie in Nederland had bestaan in 1965, zou ik misschien met iets meer plezier hebben terug gekeken op mijn 18 maanden bij lichting 65-5!

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 4 juni 2011

Nouvelle Vague (deel 1)

Frankrijk blijft ons verbazen. We dachten, dat we inmiddels wel op de hoogte waren van alle festiviteiten in de omgeving, tot we wéér op iets nieuws stuitten. We hadden al eerder banieren in de straten van de diverse stadjes hier in de buurt zien hangen, met het raadselachtige opschriften in de trant van “Conscrits 08” of “Classe 06”, maar we hadden dat nooit begrepen, laat staan dat we wisten dat dit een groot festijn voorspelde.
Conscrit associeerde ik automatisch met militaire dienstplicht. En aangezien ik het twijfelachtige genoegen heb gesmaakt 18 maanden hare majesteits wapenrok te mogen dragen, en daar geen enkele plezierige herinnering aan heb overgehouden, was ik niet echt benieuwd naar wat dat “feest” nou precies inhield.
Toen echter mijn partner uitgenodigd werd voor een vergadering ter voorbereiding van het feest van de Conscrits Classe 0 in de Cormatinois werd het tijd voor wat research.
De oorsprong van dit feest ligt ergens tijdens de Franse revolutie, toen de dienstplicht werd ingevoerd. Toen na verloop van tijd het aanbod de vraag begon te overtreffen, werd door loting bepaald wie moest dienen. Naar verluidt begon de traditie in Villefranche-sur-Saône. De loting vond plaats ergens in januari, en op de dag voor het vertrek naar het leger werd er feest gevierd door alle twintigjarigen. Voor de één was het feest omdat hij niet in dienst hoefde, voor de ander omdat hij volk en vaderland mocht dienen.
Hoewel de dienstplicht inmiddels al lang is afgeschaft, wordt het feest van de Conscrits nog steeds met veel verve gevierd. En niet alleen in Villefranche; het verschijnsel heeft zich inmiddels verbreidt in de Beaujolais en de Mâconnais. Ook in de Elzas is het niet onbekend. Een soortgelijk en verwant fenomeen is het feest der “Classe”, waarbij alle inwoners van een commune die in een jaar zijn geboren dat eindigt op hetzelfde cijfer (1923, 1933, ... 2003, de “Classe 3” bij voorbeeld) feest vieren op een bepaalde dag. Hier in de Mâconnais lijken beide feesten gecombineerd te zijn tot één groot feest. Wat er op zo’n dag plaats vindt, hebben we aan den lijve mogen ondervinden. Maar om de lengte van deze Blogs nog een klein beetje binnen de perken te houden, verwijs ik voor het vervolg graag naar deel 2.

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 21 mei 2011

Oud en vertrouwd

Soms raak je gehecht aan bepaalde zaken. Jarenlang gingen we op vakantie in Frankrijk, jarenlang deden we daar boodschappen bij de markt, de kleine middenstand, of soms bij een al dan niet zo grote supermarkt. Eén van de zaken waar we vaak kwamen, was de Intermarché, die als extra toevoeging de benaming “Les Mousquetaires” had. Die toevoeging heb ik eigenlijk nooit goed begrepen, maar waarschijnlijk vonden de marketingexperts van Intermarché dat de populariteit van Dumas in Frankrijk zo groot was, dat ze daar best een stukje op mee konden liften. En elke keer als we de winkel naderden, zagen we het bijgaande logo levensgroot aan de gevel prijken.
Het heeft heel lang geduurd voor ik er achter kwam dat het plaatje een musketier voorstelde. Eén musketier? Nee, het was er niet een, het waren er geen drie, nee, het waren welgeteld 16 musketiers, kortom, een heel groot peloton, of een klein regiment van dat soort kerels. Ik kan me overigens vergissen; ik tel 16 degens, maar slechts 8 neuzen. Het kan natuurlijk zijn dat elke musketier twee degens in de aanslag houdt...
Enfin, het toont, hoe onoplettend een gemiddelde klant is, waar het op reclame uitingen aankomt. Toch, na verloop van jaren, was ik aan het logo gewend geraakt. Sterker nog, ik vond het zelfs wel aardig!
Wie schetst dan ook mijn verbazing, toen dit jaar de marketingstaf van Intermarché besloot te gaan moderniseren. Er moest dus een nieuw logo komen. Deze keer gaat het om een gestileerde musketier. En hoewel de toevoeging nog steeds “Les Mousquetaires” is, gaat het dit maal ontegenzeglijk maar om één zo’n koene strijder. Mooi? Lelijk? Ach, wat zal ik er van zeggen.... Het zal wel weer een jaartje wennen worden. Maar eerlijkheidshalve moet ik wel kwijt, dat ik zonder het oude logo in het nieuwe nooit een musketier had herkend!

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 14 mei 2011

Modern times

Opnieuw is het monsieur P. gelukt van een doorgaans saaie ceremonie iets boeiends te maken. Dit keer was het bevrijdingsdag (8 mei), iets dat in Frankrijk (m.i. terecht) nog steeds gevierd wordt. Hoewel wat talrijker dan een week geleden, was ook nu de opkomst aan de schamele kant. Doordat dit keer de Sappeurs Pompiers in wat groter getale op waren komen draven, was de stoet die zich langzaam van de Mairie naar het monument in Cormatin begaf toch nog wel het maken van een foto waard. Bij het monument werd een krukje uit de auto van monsieur P. gehaald, gevolgd door de moderne versterker met ingebouwde CD speler. Na de minuut stilte (Franse minuten, heb ik nu gemerkt, duren niet langer dan 35 seconden) en de toespraak, boog monsieur P. over naar de achterzijde van dit duivelse papparaat en begon aan knopjes te frunniken. Al snel begon het publiek zich wat ongemakkelijk te voelen, en toen er na 2 Nederlandse minuten van 60 seconden elk nog steeds geen Marseillaise klonk, kwam monsieur P. met een rood hoofd van achter de versterker te voorschijn en vroeg om assistentie van de vaandeldrager, monsieur N. Uiteindelijk schalde dan toch het Franse volkslied na 4 lange minuten over het plein voor de kerk.
Vervolgens vertrok de inmiddels gemotoriseerde cortège richting Bois Dernier. Dit maal nam monsieur P. geen risico meer. Nadat het apparaat was opgesteld, nam hij het vaandel over van monsieur N., die daarna als volleerd DJ achtereenvolgens de Chant des Partisans en de Marseillaise aan de luidspreker wist te ontlokken. Met een zucht van verlichting werd de vergadering opgebroken, en toog een ieder met vreugde in het hart over de goede afloop naar Les Blés d’Or voor een hapje en, belangrijker, een drankje….

Voor onze eigen website klik hier.

maandag 9 mei 2011

Wie neemt de uitdaging aan?

Sue heeft, bij de opening van ons camping seizoen, weer een blog bij elkaar geschreven over een nieuwe prijs verworven door één van onze kampeerders, en aangezien zij dat op onnavolgbare wijze in het Engels doet, voel ik me geroepen om voor degenen die niet zo goed met Engels overweg kunnen een povere vertaling daarvan te geven. Daar gaat-ie dus, met een tussentijdse extra-editie!

Hoewel de camping officieel nog gesloten was, deden Mijntje en Janine een gooi naar het record van het langste verblijf ooit op de camping, dat sinds 2007 op naam van Marilou en Niek stond met 25 nachten.
De dames hadden kosten noch moeite gespaard om een gooi naar dit record te doen. Kwantitatief leek het snor te zitten: aanvankelijk zouden er 4 personen arriveren van zondag t/m zondag, en op woensdag zou een versterking van nog eens 2 personen op komen draven.
Kwalitatief zag het er nog beter uit: hoe kun je beter een jury beïnvloeden dan aan te komen met een kruik Bols Corenwyn en een pot Nederlandse pindakaas? Ondanks het onderduiken van één van de kampeerders in een gîte die door een ander van het Mijntje / Janine consortium was gehuurd, en het voortijdig afbreken van één tent, mocht dat de pret niet drukken: zelf zonder versterking hadden de dames het respectabele aantal van 4 * 7 = 28 tentnachten bij elkaar geslapen.
Wat ze zich niet hadden gerealiseerd, was dat of je nu met 2 man of met een heel leger aan kwam zakken, categorie 1 bepaald wordt door het aantal aaneengesloten nachten op de camping door één partij: en hoe je het ook wendt of keert, je komt dan echt niet verder dan 7 nachten!

Toch vond de jury dat hun poging beloond moest worden, al was het maar met de poedelprijs die de poëtische titel draagt van “Naar Goeddunken van de Jury Uitgereikte Prijs voor een Opmerkelijke Prestatie met Betrekking tot het Kamperen in de Onmiddellijke Omgeving van Cormatin, Taizé en Ommelanden”, kortweg “NGJUPOPBKOOCTO”. De prijs is dan ook, de avond voor vertrek, feestelijk uitgereikt aan dit charmante stel.

Dit gezegd hebbende, is de jury toch licht teleurgesteld dat de dames hun goede positie in de categorieën 2 en 3 (het grootste aantal tentnachten resp. het grootste aantal bezoeken) niet verder consolideren dit jaar: ze komen “pas” volgend jaar weer terug.

De familie uit Dirksland komt dit jaar opnieuw de omgeving onveilig maken, en die hebben een naam op te houden in categorie 2. Maar ook daar zijn kapers op de kust, aangenomen dat die de juiste strategie volgen.
De categorie die nog het meest open ligt is categorie 3. Hans en Joke waren hier leidinggevend, maar dat kan snel veranderen als een van de andere kanshebbers er een kampeervakantie in Chazelle tegenaan gooit.

Zoals uit deze blog blijkt, valt er qua kampeerkampioenschap dit jaar best nog wel wat te verhapstukken.

Wie de stand van vorig jaar nog even wil bestuderen, kan hier klikken, en voor meer informatie betreffende onze camping en gîtes kan men hier
terecht.

zaterdag 7 mei 2011

!What the folk?

Dat Fransen gek zijn op woordspelingen is iets dat me blijft amuseren. Soms zijn het, althans dat is mijn mening, geen onaardige vondsten, zoals “Aux Berges de la Grosne” (Aan de oevers van het riviertje de Grosne) dat net zo wordt uitgesproken als “Auberge de la Grosne” (Herberg aan de Grosne), voor een inmiddels ter ziele gegaan restaurant vlakbij dat riviertje.
Bedenkelijker wordt het, als ze woordspelingen of reclamekreten gaan gebruiken die voor Engels door moeten gaan. Vorig jaar werd in Tournus een supermarkt geopend die “Simply” heet, en die als slogan het even nietszeggende als grammaticaal onjuiste “Be simply, be happy” heeft. Een andere club organiseert een ludiek zomerfestival onder de titel “On the road a game”, een woordspeling op de zestiger jaren hit van Canned Heat “On the road again” (1968). De beste in dit genre is ongetwijfeld "!What the folk?", de naam van een band uit de omgeving die gespecialiseerd is in volksmuziek; let ook op het gebruik van de leestekens. Ik ben er bijna zeker van dat "What the f*ck" een uitroepteken hoort te hebben in plaats van een vraagteken!
Bestaat er een wedstrijd voor het inbedden van zoveel mogelijk woordspelingen op een reclame bord? Als dat zo is, wint “Le Papillon” waarschijnlijk de eerste prijs. Dat is een café annex tearoom uit Bissey-sur-Fley, die binnenkort zijn deuren opent in het voormalige “Aux Berges de la Grosne”. Niet alleen heeft “Le Papillon” de spelling van de naam veranderd in “Le Pap Y llon”, zodat de Y mooi voorgesteld kan worden als een schuimend glas bier, maar er is meer dan dat.
Waar het woord “Bièrexquise” op slaat weet ik niet (misschien op “Exquisite beer”?), maar convivialithé slaat ongetwijfeld op de gezelligheid die met thee drinken gepaard dient te gaan. Deze is bijna nog “leuker” dan de “speciali-thés” van het oorspronkelijke bord! Misschien iets voor Job Cohen, als die hier in de buurt is? À propos: na het schrijven van deze blog kwam ik er achter, dat de eigenaars niet Frans zijn, maar Duits!

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 30 april 2011

Het seizoen is weer geopend!

Het jachtseizoen is inmiddels gesloten, en dat betekent dat het kransleggingenseizoen weer is geopend.
De laatste blog over een kranslegging dateert alweer van juli 2010, tijd dus voor een update. De laatste zondag van april is de officiële Franse herdenkingsdag voor de gedeporteerden uit de tweede wereldoorlog. Dat viel dit jaar samen met eerste paasdag, reden waarschijnlijk waarom ondanks het stralende weer slechts een handvol van de vaste gasten aanwezig was. Of kwam het juist door het mooie weer? Hoe het ook zij, om 9h55, slechts 10 minuten later dan gepland, reed een kleine stoet auto’s richting monument voor de gedeporteerden in Bois Dernier. Het is elke keer weer een verrassing wat er nú weer mis gaat tijdens de plechtigheid, en ik keek dan ook vol verwachting uit naar welke versterker er nu weer gebruikt zou gaan worden voor het spelen van o.a. de Marseillaise.
Monsieur P.’s oude auto stond geparkeerd vlakbij het monument, er was geen draagbare moderne versterker in zicht, dus werd het opnieuw een poging om de aanwezigen à capella de Marseillaise te laten zingen?
De krans werd gelegd door Monsieur P., een overlevende van Buchenwald, bijgestaan door L., wiens ouders gedeporteerd waren en nooit terug kwamen. Na de obligate speech, gedicteerd door Parijs, liep Monsieur P. naar een heg langs de rand van het monument, drukte op een knop van het in de heg verborgen apparaat, en als vanouds klonk daaruit de krakende en steunende versie van het Franse volkslied.
Heb ik in het verleden mijn toevlucht moeten nemen tot foto trucage (een foto van één van mijn oude transistor radio’s met ingebouwde cassette speler op de hoedenplank van mijn auto), dit keer was ik in staat het enige echte apparaat te fotograferen.
Dat deed ik, terwijl Monsieur P. de speech uit Parijs voorlas. Waarna gewoontegetrouw een vin d’amitié werd genuttigd in Café de la Poste. En omdat er maar zo weinig mensen aanwezig waren, en de wijn van te voren besteld was, waggelden anderhalf uur later de meeste kransleggers, verre van nuchter, huiswaarts…

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 23 april 2011

Jazz et Caetera

Al eerder heb ik geprobeerd wat aandacht te besteden aan het jazzleven in dit deel van Frankrijk; zie daarvoor de volgende artikelen over de Crescent Jazzclub in Mâcon en Jazz à Trivy. De laatste serie (ca. 5 concerten per seizoen) kan bogen op concerten door een aantal internationale artiesten, zoals recentelijk van de organiste Rhoda Scott.
In Cluny vindt jaarlijks het festival Jazz Campus en Clunysois plaats, waarbij de eerlijkheid mij gebiedt te zeggen dat ik door omstandigheden nog nooit naar enig concert van dit festival ben geweest. Het feit dat ik noch goed ingevoerd ben in de Franse jazz scene, noch dat ik erg geïnteresseerd ben in de workshops (stages) rondom het festival, helpen daar niet echt bij.
Hetzelfde geldt een beetje voor een ander festival hier in de buurt, Jazz à Couches. De programmering bevat een relatief groot aantal big bands, en je kunt je afvragen of het tegenwoordig nog mogelijk is om een goede big band op de been te houden, waar het vroeger al heel moeilijk was. Daar komt dan nog bij dat Couches weliswaar in Saône-et-Loire ligt, maar niet echt naast de deur is.
Een andere organisator van goede jazz concerten is de stichting Jazz et Caetera. Helaas heeft deze stichting geen levende website (meer), maar de papieren of elektronische nieuwsbrief werkt gelukkig wel. In tegenstelling tot een tijd terug worden er nu concerten georganiseerd door de hele regio. Toen ze zich nog beperkten tot het Château de Dravert in La Guiche, heb ik daar ooit een uitstekend concert bijgewoond van René Urtreger, de pianist die onder andere met Miles Davis samen heeft gewerkt aan de legendarische soundtrack van “Ascensceur pour l’échafaud”. De in Frankrijk bekende vibrafonist Michel Hausser trad op in Château de Dravert, en onlangs waren er twee concerten van de Oostenrijkse boogie woogie pianist Martyn Pyrker, één in een café in Cluny en één in Messeugne.
Weliswaar is het moeilijk vol te houden dat boogie woogie tot de toonaangevende jazzrichtingen behoort, maar zeg nou zelf, is het niet aardiger om voor de verandering eens een avondje naar goede kwaliteit, hoewel ietwat belegen, “oude stijl” jazz te luisteren in een aangename ambiance, dan om een CD met meer eigentijdse jazz in de speler te parkeren?

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 9 april 2011

Wijntje en Trijntje beminnen

Als we Trijntje er gemakshalve maar even buiten laten, valt er over Wijntje in dit gebied best wel wat zinnigs te vertellen. Niet dat ik ook maar pretendeer iets van wijn af te weten, maar zelfs iemand die alleen maar de Bourgondische drinkebroer uithangt kan toch nog wel iets zinnigs over de wijn hier in de directe omgeving vertellen. De meeste mensen die hier wonen willen je graag advies geven over de beste caves, en die verkopen vaak ook tegen beste prijzen. Wij kijken daar wat anders tegenaan. Als mensen ons om advies vragen, weten ze er doorgaans nog minder vanaf dan wij, en onze raad weerspiegelt dat. Onze ervaring heeft ons geleerd dat je voor een goede witte Bourgondische wijn niet ver hoeft te zoeken. In de caves van Viré, Lugny, Chardonnay, Bray, enz. vind je uitstekende witte wijnen tegen een heel redelijke prijs. Je kunt overal proeven, dus een keuze maken wordt dan (misschien) minder moeilijk.
Voor wat de rode wijnen betreft, ligt dat, vinden wij, wat lastiger. Als je geen kapitaal uit wilt geven aan echte goede Bourgondische rode wijnen, zoals de wijnen uit de omgeving van Beaune, wordt de keuze al een stuk moeilijker. Wij vinden de goedkopere, maar nog best wel prijzige Mâconnais wijnen wat laf en waterig, en kopen die dus eigenlijk liever niet. Dat gezegd hebbende, Monsieur Lafarge, die een cave bezit in Bray (een steenworp hier vandaan) kan voor rond de € 8.00 een heel acceptabele lekkere volle rode wijn op tafel zetten. Maar, net als met de meeste caves, beperkt zijn aanbod zich tot de eigen rode en witte wijnen. Zijn cave heet voluit Domaine de la Combe de Bray. Mensen die echt wat te kiezen willen hebben, verwijzen wij vaak naar de Cave Martailly-sous-Brancion. Daar hebben ze een ruime keus, niet alleen Mâconnais wijnen, maar ook wijnen uit de Côte d’Or.
En dan zijn er altijd nog de mensen die het liefste met een jerrycan naar een cave gaan met de opdracht “gooi maar vol met super”. Voor dat soort klanten is de Cave Cooperative in Saint-Gengoux-le-National (een filiaal van die in Buxy) ideaal. Voor een lekkere goede tafelwijn, met een soort benzinepompkraan in een jerrycan gegoten, betaal je tussen de 1 en 2 euro per liter. De wijnen uit de pomp komen overigens niet uit de regio; voor die prijs doen de Bourgondische wijnboeren het niet, want die verdienen veel meer aan hun AOC wijnen. De pompwijnen komen dan ook uit andere delen van Frankrijk, waar de wijnproductie dermate hoog is, dat ze ook nog wel wat voor een zacht prijsje naar Bourgogne kunnen exporteren!
Overigens organiseert de Cave Cooperative (meestal, maar niet altijd die in Buxy) ook regelmatig dégustations, waarbij een deskundige medewerk(st)er een aantal wijnen laat proeven, die goed samen gaan met een bepaald gerecht. De laatste keer dat wij er waren, volgden de hapjes en bijbehorende wijnen het patroon van de gemiddelde Franse maaltijd, dus voorgerecht, vleesgerecht, visgerecht, kaas en een zoeter toetje. En ik moet zeggen, de dame in kwestie (in dit geval Nadia van de Cave in Saint-Gengoux) deed een boeiende presentatie over zowel de wijnen als de gerechten, waarbij wij eindelijk eens niet het idee hadden dat er alleen maar een snobistische blaaskaak aan het woord was, die er slechts woorden als “volle afdronk” en “fruitig bouquet” uit kon braken met het daarvoor benodigde bekakte accent.

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 26 maart 2011

De paden op, de lanen in!

Als je hier in de buurt rond rijdt, kom je regelmatig borden tegen die naar een parkeerplaats verwijzen, hetzij voor de Voie Verte, hetzij voor de Balade Verte. De eerstgenoemde parkeerplaatsen liggen meestal vlakbij of aan de weg die langs de voormalige spoorweg liep (bv. de D981), de laatsten vindt men ook in dorpen die een flink stuk van de weg afliggen. De Balades Vertes is een netwerk van bewegwijzerde, of met de aanduidingen van de Franse wandelaars associatie aangegeven wandelroutes. Een beschrijving van de routes is beschikbaar in boekvorm (voor een redelijk groot gebied) of in losse A4-tjes per wandeling. Beide zijn verkrijgbaar bij de plaatselijke VVV’s. De Balades Vertes zijn bijzonder aantrekkelijk. Niet alleen komen ze door heel aardige stadjes en dorpjes, ze lopen ook meestal over bospaden of paden tussen weilanden en wijngaarden door.
De menukaarten die hier in de wintertijd in de diverse restaurants liggen maken duidelijk dat je hier in de bossen ook regelmatig wild kunt tegenkomen. Hertenragout, reerug of wild zwijn zijn geen ongewone gerechten hier in de buurt. En ook hier geldt weer, dat La Tuilerie aan een Balade Verte ligt. Eén van de twee wandelingen die in Cormatin beginnen, komt bijna langs ons hek, de andere komt door het dorp Chazelle.
Zoals gezegd, zijn de wandelingen gemarkeerd, maar daarenboven hebben ze ook allemaal een nummer. De wandelingen die in Cormatin beginnen zijn CO1 en CO2, die in Taizé starten TA1, TA2, enz. Het project en het onderhoud ervan worden deels bekostigd uit de opbrengsten van de taxe de séjour, een toeristenbelasting die wij per hier verblijvende gast aan het eind van het seizoen moeten afdragen. Onze gasten betalen er dus niet alleen (indirect) aan mee, nee, ze plukken er ook de vruchten van!

Omdat deze blog in 3 delen verre van volledig is, verwijs ik voor nog wat meer informatie over toerisme in deze streek graag naar de toeristische pagina van onze eigen website, en naar een speciale blog over toerisme, reisgidsen en activiteiten in deze regio.

zaterdag 19 maart 2011

Op de fiets, op de fiets.....

Mijn eerste boucle, no. 10, heeft moeilijkheidsgraad 1, is 15 km lang en duurt anderhalf uur. Die voert langs ons huis, zodat ik aan het eind van ons pad instapte. Eerst voerde de weg naar Lys, een heel aardig dorpje met een bijna Fries aandoend romaans kerkje en veel kunstnijverheidszaakjes, en vandaar ga je naar Chapaize, waar je niet alleen de kerk kunt bekijken, een juweeltje van romaanse bouwkunst, maar waar je ook in een café wat kunt eten of drinken. Vandaar gaat het naar Bissy-sous-Uxelles, en via Bessuge naar Cormatin. Ook daar is gelegenheid genoeg voor een koud glas bier of een maaltijd. En inderdaad, als je je ogen onderweg goed de kost geeft, ben je na een kleine anderhalf uur weer terug op La Tuilerie.
Het aardige van die boucles is dat ze redelijk goed bewegwijzerd zijn, en dat je ze ook aan elkaar kunt knopen om een wat langere tocht te maken.
Daarnaast hebben een aantal boucles ook nog thema’s. Boucle no. 11 bijvoorbeeld voert langs een aantal lavoirs of openbare wasplaatsen. Dat zijn overdekte open gebouwtjes, met in het midden een bassin gevoed door een beekje of riviertje, waar tot in de zeventiger jaren de vrouwen de was deden. No. 11, moeilijkheidsgraad 2 is 26 km lang, en is eenvoudig te combineren met no. 10. De tocht wordt dan: La Tuilerie, Lys, Bissy-sous-Uxelles, Bessuge, Cormatin, via de Voie Verte naar Savigny-sur-Grosne, daar via Boucle 11 naar Bonnay, Cortevaix, Flagy en Massilly naar de Voie Verte, en dan onderlangs Taizé weer richting Cormatin tot aan de afslag naar Chazelle.
Andere thematische boucles gaan bijvoorbeeld langs een aantal pottenbakkers, door wijngaarden, enz.
Een vraag die vaak gesteld wordt is of het wel veilig fietsen is, zodra je van de Voie Verte af bent. Het antwoord is een volmondig ja. De boucles gaan doorgaans over heel rustige weggetjes, en de verkeersregel waarbij de afstand tussen fietser en inhalende auto minimaal 1 m binnen de bebouwde kom en 1.5 m daarbuiten moet bedragen, wordt goed gerespecteerd door de (Franse) automobilisten.
Verder is er, zoals de moeilijkheidsgraden bij de boucles al doen vermoeden, de mogelijkheid om niet alleen maar over vlak terrein te fietsen. Diverse fietsers die we hier hebben gehad, waren eigenlijk best wel onder de indruk van de heuvelachtigheid van het omliggende gebied, met voor de echte klimmers stevige kuitenbijters. In de volgende en laatste aflevering komen ook de Balades Vertes aan de beurt.

Omdat deze blog in 3 delen verre van volledig is, verwijs ik voor nog wat meer informatie over toerisme in deze streek graag naar de toeristische pagina van onze eigen website, en naar een speciale blog over toerisme, reisgidsen en activiteiten in deze regio.

zaterdag 12 maart 2011

Als ik 2x met mijn fietsbel bel...

De oudgedienden van deze blog weten het inmiddels al wel, maar voor de nieuwkomers is dit misschien iets om eens over na te denken: een fiets- of wandelvakantie in Bourgondië heeft meer te bieden dan wijn en goed eten. Ik heb jarenlang 2 x werkdaags heen en weer gepeddeld tussen Zoetermeer en Den Haag, en toen ik in Frankrijk kwam wonen, was dat één van de dingen die ik al snel miste. Natuurlijk, we arriveerden in september 2005, en voordat we de boel op orde, de gîtes verbouwd en de camping draaiende hadden, was er inmiddels bijna een jaar verstreken. In de tussentijd hield ik mezelf zoet met het op en neer fietsen van ons huis naar Cormatin voor brood en de krant, maar 2 x 3 km is toch niet helemaal hetzelfde als 2 x 16 km. Ter compensatie ging ik vaak boodschappen doen in Cluny, een leuk plaatsje hier zo’n 13 km vandaan. Pas toen het grote werk achter de rug was, kon ik me bezig gaan houden met wat er nou zo aantrekkelijk is aan een vakantie hier in de buurt. Daar kom je al heel snel achter als je folders bij de diverse VVV’s in de buurt haalt. Op een goede dag was het zover; ik stapte op de fiets en reed naar Cluny, waar ze een uitstekend gesorteerde Office de Tourisme hebben, met personeel dat bijzonder behulpzaam is. En omdat ik over de Voie Verte via Taizé en Massilly naar Cluny was gefietst, leek het logisch om ook een paar folders over dit fietspad mee te nemen.
Ik kwam er al snel achter, dat de Voie Verte meer te bieden had dan “alleen” maar fietsen over een stuk geasfalteerde oude spoorweg van zo’n 70 km tussen Givry en Charnay-lès-Mâcon. Bij de VVV’s in de buurt zijn gratis kaarten beschikbaar, waarop aangegeven staat welke lussen of boucles er uitgezet zijn vanaf de Voie Verte. En al deze lussen zijn bewegwijzerd met kleine bordjes.
Ik kwam al snel vlakbij ons huis een paar van die bordjes tegen. Het bleek, dat de romaanse kerken route bijna langs ons huis kwam. De boucles beginnen op een plek langs de Voie Verte waar je makkelijk je auto kwijt kunt. Boucle 10 en 10bis beginnen op het parkeerterrein bij Cormatin-Bois Dernier, maar je kunt uiteraard instappen waar je wilt. Alle boucles hebben een moeilijkheidsgraad lopend van 1 (makkie) tot 4 (buffelen geblazen), een aangegeven afstand, een geschatte tijd (waarbij inbegrepen tijd nodig voor het bezoeken van toeristische attracties onderweg) en ze eindigen waar ze beginnen. Over de diverse boucles de volgende keer meer.

Omdat deze blog in 3 delen verre van volledig is, verwijs ik voor nog wat meer informatie over toerisme in deze streek graag naar de toeristische pagina van onze eigen website, en naar een speciale blog over toerisme, reisgidsen en activiteiten in deze regio.

zaterdag 26 februari 2011

De heilige kurkentrekker

Lid van de broederschap
Ik was in elk geval onder de indruk van de schaal van het gebeuren. Er liepen enkele honderden mensen mee in de processie, die begon in Vaux, en die langzaam omhoog kronkelde over de korte afstand die Vaux van de kerk in Saint-Ythaire scheidt. De diverse gilden droegen hun banieren en hun verschillende uniformen, maar de “Chevaliers” van de “Confrérie” droegen behalve hun eigen uniform en Saint-Vincent nog andere parafernalia. Hun wapenschild toont behalve een kurkentrekker iets onduidelijks, dat op het eerste gezicht nog het meeste lijkt op een handgranaat. Bij nadere beschouwing bleek dat wat wij al snel de heilige handgranaat noemden die afgebeeld staat onder de heilige kurkentrekker een zijaanzicht van een tastevin te zijn, een ondiep, klein metalen, vaak zilveren schaaltje, dat door professionele wijnproevers gebruikt wordt om de kleur van (rode) wijn te testen, en om te proeven natuurlijk. Alle leden van de broederschap droegen een tastevin rond hun nek, en één van hen droeg ook nog een reusachtige kurkentrekker over zijn schouder.
Sonneurs de l'Echo de la Ferté
De speciale mis werd opgedragen zoals het een Franse priester betaamt. De kerk zat bomvol, en wel zo bomvol dat we nog net een plaatsje konden vinden achter een groep van 10 (tien) als jagers uitgedoste figuren die jachthoorns droegen. Ze bezorgden mij bijna een hartverlamming toen ze gezamenlijk besloten een psalm te begeleiden met hun hoorns. Na de mis werd er een krans gelegd bij het oorlogsmonument, en werd een ieder uitgenodigd voor de onontkoombare vin d’honneur op het stadhuis.
Maar wat is een fête in Frankrijk zonder een lunch? Rond twee uur dromden we de Foyer Rural van Saint-Gengoux binnen, waar een snelle telling duidelijk maakte dat de tafels gedekt waren voor zo’n 200 man. Navraag leerde ons ook, dat de maaltijd werd verzorgd door een firma uit Montchanin (ca. 25 km verderop), die met hun hele hebben en houwen (fornuizen, pannen, gereedschap, voedsel) de reis hadden gemaakt om een meer dan uitstekend maal te verzorgen.
Salle Polyvalente - Saint-Gengoux-le-National
Om de lezers te laten watertanden, dit was het menu:
Pâté de canard avec son foie gras et quelques feuilles;
Dôme de sole, queues d’écrevisses sauce du chef avec riz et fleuron;
Trou Bourguignon;
Souris de cerf braisé et ses légumes;
Fromage plateau servi avec noix et raisins;
Mignardises - Café.
En uiteraard werden er diverse uitstekende wijnen geserveerd bij het eten.....
De ridderslag
Tegen het eind van de middag volgde er nog een ritueel.
Enkele inwoners van de diverse communes werden naar voren geroepen, en kregen het privilege toe te treden tot de broederschap, en een enkeling werd tot ridder geslagen met de heilige kurkentrekker, en mocht zich sindsdien “Chevalier” noemen.
Zoals gebruikelijk bij dit soort festiviteiten nam de lunch minstens vier uur in beslag. Voor degenen, die na ca. 9 uur in de benen te zijn geweest er nóg geen genoeg van hadden, was er dansen en muziek tot in de kleine uurtjes. En hoewel de kwaliteit van de band in schril contrast stond met de rest van het gebodene, was dat toch niet de reden dat we het na de koffie voor gezien hielden.....

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 19 februari 2011

De schijn-heilige

De officiële naamdag van Sint Vincent, de beschermheilige van de wijnboeren, valt op 22 januari. Dat is een dag, die in de Bourgondische wijnbouwgebieden niet ongezien voorbij gaat, hoewel wij doordat wij in een kleine wijngaardloze enclave wonen daar doorgaans weinig van merken. Er is een groot jaarlijks festival in Bourgogne, Saint Vincent Tournante, dat zoals de naam al aangeeft jaarlijks in een andere plaats wordt gehouden. Alle wijnboeren uit heel Bourgogne doen daaraan mee. Hoewel het festival aan het eind van de 19de eeuw op sterven na dood was (deels ook door de secularisatie van de Franse maatschappij), werd het aan het eind van de dertiger jaren nieuw leven ingeblazen, en vorig jaar waren er ruim 40000 man op de been tijdens het feest. In 2009 werd de Saint Vincent Tournante gehouden in het gebied van de Mâcon-villages appellation.
In plaatsen waar nog steeds een “Société de secours mutuelle” actief is (een soort wijnbouwersvakbond of gilde), die bij ons in de buurt weer verenigd zijn in een grotere organisatie, de “Confrérie des Vignerons de St Geng de Vigny” (let ook op de subtiele Franse woordspeling op Saint-Gengoux of Saint-Jean en vigneron of vignoble), wordt jaarlijks een plaatselijk Saint Vincent feest georganiseerd.
En ook dit rouleert van jaar tot jaar, maar wel in een veel kleiner gebied. Hoewel wij er dus niet direct mee te maken hebben, hadden we van vrienden die in een nabijgelegen dorp wonen, en daar actief zijn in hun Amicale of Foyer Rural, gehoord dat de plaatselijke Saint Vincent dit jaar in Saint-Ythaire, hun woonplaats zou worden gehouden. Ze waren inmiddels al maanden in de weer, één dag per week, om met de andere actieve dorpelingen papieren bloemen te fabriceren om op de grote dag het dorp een feestelijk aanzien te doen hebben. En omdat wij weten hoeveel werk dat is, daar wij dat één avond per jaar in Cormatin doen voor de Téléthon, realiseerden we ons dat dit véél meer inhield dan het organiseren van een plaatselijke rommelmarkt. We hadden laten blijken dat we wel geïnteresseerd waren in dit feest, en onlangs kregen we een programma met uitnodiging, we betaalden ons toegangsgeld, en sapristi, we stonden op de lijst van genodigden voor zondag 7 februari.
Het was een mistige zondagochtend, toen we om half tien in Vaux stonden, bij een schuur naast het huis van onze vrienden dat als vertrekpunt voor de processie gold. En de inwoners hadden goed werk geleverd. Alle straten, alle wegen, alle huizen waren versierd met kerstbomen, deels gedoneerd na de kerstdagen, deels vers gestolen uit de omringende bossen; alle kerstbomen, maar ook heggen en bomen langs de weg waren versierd met duizenden (ik overdrijf niet!) gele, rode, paarse en blauwe papieren bloemen. Verder waren veel huizen versierd met een opstelling die erg leek op wat Nederlanders buiten de deur zetten als iemand Abraham heeft gezien. Hier ging het vaak om levensgrote poppen, gedrapeerd in kruiwagens en omringd door een groot aantal lege wijnflessen. Dat het hier om Wijntje en Trijntje ging, werd aan niemands fantasie overgelaten. Rond kwart voor tien werd begonnen met het formeren van een optocht, voorafgegaan door de leden van de diverse gilden met hun banieren en hun heiligenbeelden.
Dat het nog vrij vroeg was voor mijn hersenen om normaal te functioneren, moge blijken uit het feit, dat toen ik een beeld op een juk zag staan met daarop het woord “Saint-Vallerin”, ik uitriep dat ze de verkeerde heilige mee hadden gebracht. Mij werd onmiddellijk duidelijk gemaakt, dat het om Saint Vincent uit Saint-Vallerin ging, een klein dorpje wat verder weg van hier. Ach, een vergissing is menselijk....

Wordt vervolgd

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 12 februari 2011

En de winnaar is......

Gisteren was dan de grote dag: loto of bingo spelen voor mensen van buiten Cormatin die een aantal kaarten hadden gekocht.
Om vijf uur in de namiddag stroomde de Salle Saint-Roch vol met dorpelingen, die een uurtje bingo kwamen spelen in loco parentis. Er waren flink wat kaarten verkocht, en een ieder kreeg er een aantal uitgereikt. Wij speelden elk op 12 (willekeurige, om fraude te voorkomen) kaarten tegelijk. Na een half uur viel de eerste prijs, een flat screen TV, op een kaart die verkocht was door onze gemeentewerkman aan zijn schoonvader. Daarna werd er nog even doorgespeeld, tot er opnieuw een kaart vol was. Deze keer was het voor iemand uit Cormatin zelf. De controle van de kaart had net aangetoond dat de kaart inderdaad de winnende nummers bevatte, toen er, elders uit de zaal, nog een schuchter “Bingo” klonk. Ook die kaart bleek een winnende te zijn. Als er tegelijkertijd op meerdere kaarten bingo valt, beslist het lot. De twee winnaars moesten een bingoballetje uit een zak graaien, en degene met het hoogste nummer mocht zich verheugen in de echte prijs; degene met het laagste nummer werd afgescheept met een troostprijsje, te weten een potje paté uit de supermarkt. De laatkomer bleek de winnende kaart te hebben.
De kaart ging naar de organisatie, het nummer achterop de kaart werd vergeleken met de nummers van de verkochte kaarten, en toen moest de arme vrouw die controleerde omroepen wie de winnaar was en wie de winnende kaart had verkocht. Na enig gehakkel bleek de winnaar een zekere Pocahontas te zijn, uit Luxemburg, en de kaart was verkocht door Sue Nixon. De gelukkige winnaar bleek een kampeerder te zijn die in 2009 op La Tuilerie had gekampeerd en wiens Litouwse naam niet Pocahontas was maar wel met een P. begon. Hij is een trouwe lezer van deze blog, en had meteen na de eerste oproep geld overgemaakt voor een aantal kaarten. En hoewel een winnaar, moet ik hem toch een klein beetje teleurstellen; in plaats van de door hem begeerde espressomachine is hij de gelukkige winnaar van een spiksplinternieuwe draadloze stofzuiger geworden; het gaat dus niet om een oude stofzuiger waar iemand de kabel af heeft geknipt!
De overige leden van ons netwerk die kaarten hebben gekocht krijgen van ons ook nog een persoonlijk e-mailtje om uit te leggen dat ze NIET gewonnen hebben. Enfin, iedereen kocht uiteindelijk kaarten voor het goede doel, en de Amicale de Cormatin zorgt er ongetwijfeld voor dat dat geld ook dit jaar weer goed wordt besteed!

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 5 februari 2011

De eenheid is zoek!

Iemand die mijn blog op Facebook volgt vermeldde in een commentaar op mijn vorige blog, dat in het deel van Bourgogne waar hij woont, in de Bresse, het hout geleverd en gemeten wordt in “moules”, en niet in “stères”. Sinds ik een baan vond in de petrochemie en daar verzeild raakte in de angelsaksische eenheden van lengte, volume, gewicht en kracht, ben ik altijd gefascineerd gebleven door archaïsche maateenheden zoals de Amsterdamse duim, de Rijnlandse roede, enz. In dit verband is het aardig te weten dat, hoewel het metrieke stelsel in Frankrijk tijdens de Franse revolutie werd ontwikkeld, onze koning Willem I de eerste was die in 1820 dit stelsel bij wet bindend verklaarde (“onze” duim werd toen gedefinieerd als 1 cm, en vervolgens in 1870 helemaal afgeschaft). Vanwege die fascinatie ben ik dus maar even in de Franse Wikipédia geklauterd om te zien hoe het nu zit met moules en stères.
De moule is een inhoudsmaat voor gekapt hout die stamt van vóór het metrieke stelsel. Niet ongewoon voor dit soort oude eenheden is de definitie streek gebonden. In de Savoie is een moule 1.6 stère, in een deel van de Haut-Savoie, de Chablais is een moule 3 stère, en in Bourgogne is een moule zoveel hout als je in een kubus met zijden van 1.33 m kunt proppen.
Die 1.33 m is oorspronkelijk ongetwijfeld een aantal (4 1/2?) Franse voeten of opgebouwd uit een andere plaatselijk bepaalde lengtemaat. Dit komt overeen met een bruto volume van 2.353 kubieke meter. Als je een stère op effectief 0.7 kubieke meter stelt, komt een moule dus neer op 3.36 stère. Volgens mijn Bressaanse zegsman is een moule 2.63 stère. Terugrekenend is een Bressaanse stère effectief ca. 0.89 kubieke meter. En dat klopt weer met de rest van zijn verhaal, waarin hij vertelt dat zijn hout wordt aangeleverd in 1.3 m lengtes, en die moet je wel netjes, en dus economisch in een kubus met zijden van 1.33 m stapelen!

Voor onze eigen website klik hier