zaterdag 20 augustus 2011

Scent of a woman

Ooit in een auto gezeten waarbij een blinde man achter het stuur zat? Het overkwam ons onlangs, en het was, met de film “Scent of a woman” in het achterhoofd, geen prettig idee! In die film weet Al Pacino, een blinde gepensioneerde hoge militair, zijn jonge chaperone, een student, ervan te overtuigen dat hij een “rustige” testrit wil maken achter het stuur van een Ferrari.
In ons dorp Chazelle woont een ouder echtpaar, dat regelmatig een kort wandelingetje tot net buiten het dorp maakt. De man draagt een donkere bril, loopt altijd gearmd met zijn vrouw, en bij elk geluid, zelf dat van een fiets, stoppen ze en wachten in de berm tot het verkeer voorbij is. En daarna schuifelen ze weer verder. Het is duidelijk dat de man of blind is, of héél slecht kan zien.
Bij een van de kransleggingen in Cormatin kwamen we de man weer tegen. Hij begroette ons hartelijk, droeg geen donkere bril, en was dit keer met een andere dame, die we ook vanuit Chazelle kenden. We moesten naar het oorlogsmonument bij Bois Dernier; te ver om te lopen dus. De vrouw bood ons een lift aan, en we stapten onbekommerd in de auto. Wie schetst onze verbazing, toen de man achter het stuur klom! Nou is covoiturage (car-pooling, met een goed Nederlands woord) een goede zaak, maar om met iemand die in elk geval half blind is mee te rijden, is toch iets te veel gevraagd. Enfin, we reden langzaam, in konvooi, en Bois Dernier is slechts een paar honderd meter verwijderd vanaf het stadhuis. We haalden desalniettemin opgelucht adem toen we uit mochten stappen. Terug naar Cormatin voor de vin d’honneur konden we (tot onze grote opluchting) niet mee rijden, want zij moesten terug naar Chazelle. We hebben daar nog weken over na gepraat, en zijn er eigenlijk nooit 100 % achter gekomen hoe de vork precies in de steel zat. Maar de meest waarschijnlijke oplossing is deze: de man die ons een lift gaf was niet dezelfde als de blinde, hoewel ze als twee druppels water op elkaar leken. De ziende man liep normaal en rustig, hoewel niet snel en niet aan de arm van iemand, en de blinde man schuifelde langzaam voort, altijd aan de arm van zijn vrouw. We kwamen dan ook uiteindelijk tot de conclusie, dat de twee mannen (tweeling?)broers waren die erg op elkaar leken en beiden in Chazelle woonden; en dat zou ook de partnerruil verklaren. In elk geval accepteren we bij de volgende kranslegging geen lift anders dan van iemand waarvan we weten dat die kan zien; we nemen met dat soort zaken geen enkel risico meer!

De website van La Tuilerie de Chazelle

woensdag 10 augustus 2011

Les Rendez-Vous de Cormatin

Min of meer per ongeluk ben ik ingelijfd als vrijwilliger bij het jaarlijkse theaterfestival Les Rendez-vous de Cormatin. Dat is een prestigieus gebeuren, waarbij een gerenommeerd gezelschap uit Asnières, een stad onder de rook van Parijs, een viertal weken het château in bezit neemt voor een aantal voorstellingen variërend van klassiek tot modern toneel en een aantal muzikale voorstellingen. Dit jaar staan er stukken van o.a. Molière en Feydeau op het programma, terwijl 4 acteurs samen met 7 musici een aantal malen Igor Strawinski’s L’Histoire du Soldat opvoerden. Mijn vrijwilligerschap beperkt zich overigens tot “zwaar” werk, d.w.z. het opbouwen van tijdelijke toneelvloeren, het opzetten van tenten voor het buitengebeuren vooraf en het laden van de vrachtauto met rekwisieten na afloop.
Het verkopen van programma’s, het controleren van kaartjes en het aanwijzen van de plaatsen tijdens het festival gebeurt door een ploeg mensen die daar de tijd voor hebben. Vanwege de duur van het festival en het feit dat wij zelf twee gîtes en een camping draaiende houden maakt het voor ons onmogelijk daar ook aan mee te helpen. Als dank voor de hulp krijgen de vrijwilligers een vrijkaartje voor een van de voorstellingen in het openluchttheater aangeboden.
Omdat klassiek Frans toneel wat meer vereist dan een goed cijfer voor gewone luistervaardigheid Frans, kozen wij voor L’Histoire du Soldat, een Faustachtig Russisch sprookje. Het verhaal is eenvoudig van Wikipedia te plukken (het lemma in de Engelse Wikipedia is beduidend beter geschreven dan het Nederlandse!), zodat het volgen van de verteller en de acteurs niet veel moeilijkheden opleverde.
De muziek, verzorgd door 7 musici en een dirigent van het conservatorium van Asnières was uitstekend, en samen met de eenvoudige en zeer effectieve enscenering bleek dit een voorstelling het geld méér dan waard voor degenen die een kaartje hadden gekocht. Misschien volgend jaar naar “A la recherche du temps perdu – la comédie musicale” ?

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 6 augustus 2011

Saving Private Fifi

Menigmaal krijgen we de vraag van zowel gîtegasten als van kampeerders, wat toch die twee grote groene vaten zijn die naast de trap naar onze voordeur staan. Het antwoord is heel simpel; de vaten staan op de kruising van twee afdakjes, en het regenwater dat van die afdakjes komt wordt opgevangen in de regentonnen en gebruikt om bijvoorbeeld de planten water te geven.
Meestal is de volgende vraag, wat de twee houten staketsels zijn, die in het water staan en een soort platformpje hebben dat net buiten de ton steekt.
Om het doel van deze ladders ui te leggen moet ik flink terug in de tijd. Op een ochtend stak ik mijn hoofd buiten de deur en hoorde ik een hels kabaal. Niet wetende wat er aan de had was, ging ik naar beneden, en daar vond ik onze kat Fifi verstopt in de vuilnisbak, waar ze vanwege het klapdeksel niet meer uit kon komen. Ze was natuurlijk snel uit haar benarde positie bevrijd, en sinds die tijd ligt er een zware steen op de vuilnisbak. Maar we vroegen ons toen wel opeens af wat er zou gebeuren als ze in een regenton terecht zou komen die voor een kwart vol met water stond.
De meest voor de hand liggende oplossing leek een soort laddertje te zijn, dat onderin de ton op de bodem rustte, en bovenaan een platform had. Als de poes in het water zou vallen, dan zou ze via de kippenrenachtige ladder weer naar boven kunnen komen. De ladders waren snel gemaakt, en moesten natuurlijk eerst getest worden. De tonnen waren leeg, ladder er in, poes er in, en afwachten maar. Geen succes: met één grote sprong zat ze op de rand van de ton, en met een tweede stond ze weer op de grond. Pas bij de tweede poging werkte het. Ze stapte langzaam op de ladder, en stapte heel parmantig naar boven, teneinde op het platformpje van de zon te gaan genieten! We kunnen nu dus zonder gewetensbezwaren de tonnen open laten staan als we op stap gaan; Fifi kan zich in elk geval nu zelf redden!

Voor onze eigen website klik hier

zondag 24 juli 2011

Guitares en Cormatinois – Trio Alta

Met het concert van gisteren in de kerk van Malay is er weer een einde gekomen aan het festival “Guitares en Cormatinois”. Weliswaar was er voor de vrijwilligers geen programma meer beschikbaar (die waren al snel uitverkocht!), maar wat speurwerk op internet levert al gauw de benodigde informatie op. Het trio bestaat uit Eric Sobszyk – gitaar, Igor Kiritchenko - cello en Marc Vieillefon - viool, en hun programma had als titel "Romantique". Het programma bestond voor het grootste deel uit muziek uit de klassieke periode, en ook waar het niet-romantische muziek betrof werd het erg romantisch uitgevoerd. Het repertoire bestond o.a. uit stukken van Paganini, Gragnani, Guiliani, Bürgmüller en Haydn.
De kerk in Malay heeft een uitstekende akoestiek voor dit type ensemble. Het concert was wat mij betreft een uitstekende afsluiting van het festival, ondanks of misschien wel dankzij het lichtvoetige karakter van de muziek. Het klinkt wat oubollig om de muziek salonfähig te noemen, maar een toegift als Kreislers “Liebesleid” mag toch wel worden gezien als een schoolvoorbeeld van salonmuziek.
De balans van dit festival:
Het hoogtepunt was zonder twijfel het concert van Poulet en Saraglou in Chazelle met ex aequo het concert van Baty en Goudin in Cormatin, waarbij aangetekend mag worden dat de kerk in Cormatin zich niet goed leent voor piano, maar wel voor trompet.
Een uitstekende tweede was het trio Alto in Malay.
Over Bracco en Moncheny in Bonnay kan ik niet veel meer zeggen dat het m.i. nogal saai was, en Rossfelder met het ensemble Toscanini in Saint-Hippolyte was een gemiste kans.
Voor wat betreft de locaties:
Chazelle zowel als Malay kunnen beiden bogen op een uitstekende akoestiek. Bonnay was huilen met de pet op, tenminste als je niet op de eerste rij zat, en Saint-Hippolyte was zowel akoestisch als qua ambiance een uitstekende keuze, met als nadeel dat de enige uitwijkmogelijkheid met regen de kerk van Bonnay was. Cormatin is al eerder genoemd.
Na afloop van elk concert is er een buffet voor de organisatoren en vrijwilligers van het festival met de musici. Wij waren lopend naar het concert in Chazelle gegaan, zodat we voor het buffet in Cormatin een lift nodig hadden, en bij voorkeur ook een lift terug naar Chazelle. Gelukkig woont de burgemeester van Cormatin in Chazelle, en hij nam ons mee in de auto.
Onderweg kwam het gesprek op de concert locaties, en tot onze stomme verbazing kwam hij met hetzelfde idee op de proppen wat wij onderling ook al een paar maal hadden geopperd. Waarom niet het hele festival concentreren in één plaats, zoals Chazelle? Dat verhoogt de herkenbaarheid van het festival, zonder dat de mensen van hot naar her hoeven te rijden, en als de akoestiek daar goed is, mijn liefje, wat wil je nog meer?
Het eigenwijze karakter van onze artistiek directeur kennende, valt er nog wel erg veel te lobbyen voordat het festival omgedoopt kan worden in “Guitares en Chazellois”!

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 23 juli 2011

Ik ben de weg kwijt!

Voor degenen die een link naar deze blog ontvangen via e-mail: de diashow in de blog is niet zichtbaar in de e-mail. Om de blog te lezen en de diashow te zien, klik hier..

Een ieder die wel eens in Frankrijk is geweest, kent de Franse wegaanduidingen; N voor Route Nationale, A voor Autoroute (al dan niet tolweg) en D voor Route Départementale. Niet zo erg verschillend van Nederland dus, met Rijkswegen en Provinciale wegen. Wat minder vaak kom je de aanduiding C tegen; dat zijn de Routes of Voies Communales, wegen of soms weggetjes die onder de verantwoordelijkheid van de Commune, de gemeente dus, vallen. Noch op de Michelin-kaarten noch op de IGN-kaarten staan doorgaans de C-nummers aangegeven, hoewel de wegen zelf meestal wel op de kaart staan. Je vindt ze wel op de kaarten van het kadaster. Zo wonen wij bijvoorbeeld aan een pad, dat volgens het kadaster een “chemin de desserte” is (een verbindingsweg) tussen een ander landbouwpad, genaamd Chemin rural dit de Coureau (dat is de naam van een boerderij en een beek aan het eind van dit pad) en de “grote weg” tussen Bois Dernier en Chazeux door Chazelle, de Voie Communale no. 3 de Bois Dernier à Chazeux. Overbodig te zeggen dat er nergens een bordje C3 te bekennen valt.
Op een van onze tochten door de omgeving kwam ik een paar leuke oude borden tegen, waar ik altijd een zwak voor heb. We stopten dus, om even een foto te schieten, en toen kwam ik een type weg tegen dat ik nog nooit eerder had gezien. Het ging hier om een Chemin vicinale ordinaire, de V1 volgens een ander bord. Het woordenboek geeft voor Chemin vicinale (eigenlijk vicinal) lokale weg, buurtweg. Ik ben er jammer genoeg niet in geslaagd uit te vinden hoe oud dit soort bordjes zijn. Maar gezien de staat van het bord en de zeldzaamheid ervan neem ik aan dat het om een vooroorlogs bord gaat. Cormatin heeft er nog één, voor zover ik weet, en Cluny heeft er een paar. Ze zijn altijd op straatnaamhoogte aan de muur van een gebouw, meestal op een straathoek, bevestigd.



In het nieuwere systeem is de weg omgedoopt tot C1, aangegeven op een bord tegenover het eerder genoemde. Grappig genoeg geeft de spelling van de plaatsnaam in dit geval ook geen houvast. Op de oude borden wordt de spelling Rimont gebruikt; op het (waarschijnlijk) nieuwere bord staat Rimond; maar op een overduidelijk spiksplinternieuw bord staat zonder blikken of blozen weer Rimont aangegeven!
Kan iemand dit nog volgen?

Voor onze eigen website klik hier.

zondag 17 juli 2011

Guitares en Cormatinois – Poulet en Saraglou

Ik heb het concert van Adèle Bracco – zang en Thierry Moncheny - gitaar bewust gelaten voor wat het was. Ongelukkig genoeg was de dag van het concert een nogal regenachtige, zodat de organisatie besloot het concert te verplaatsen van Saint-Hippolyte naar de kerk van Bonnay. Het concert was aangekondigd als “Vocal Jazz – Viva Brasil!”, en aangezien ik niet erg gek ben op Braziliaanse muziek en onder jazz wat anders versta dan een avond bossa nova’s en samba’s laat ik dit concert maar voor wat het was. Mensen met een meer op dansen gerichte belangstelling voor muziek zullen zich ongetwijfeld vermaakt hebben.
Gisteren echter was er een concert in de romaanse kerk van Chazelle door Gérard Poulet – viool en Dimitris Saraglou – piano.
Eén van de tekortkomingen van de programma’s voor deze concerten vind ik dat de aankondiging vaak weinig zegt. “Le violon virtuose” kan wat mij betreft net zo goed op de primas van een zigeunerorkest slaan die de zingende kanarie uit zijn viool weet te persen als op Stéphane Grappelli in een up-tempo jazz-classic, of op een klassiek violist die de Sarasate’s Zigeunerweisen foutloos speelt. “Sonates van Mozart, Beethoven en Brahms” maakt de beslissing om naar zo’n concert te gaan al een stuk makkelijker.
Enfin, om de een of andere reden had ik het gevoel dat dit wel eens een erg goed concert zou kunnen worden. Beide musici hebben hun sporen verdient, de een doceert in Japan, de ander in België, en het programma zag er veelbelovend uit. Dat de Kreutzer sonate op het programma stond hielp daar enorm bij; het is één van mijn favoriete Beethoven sonates.
De kerk van Chazelle bleek een beduidend betere akoestiek te hebben dan de kerken van Bonnay en Cormatin, en Mozarts sonate no. 13 KV 454 was al een feest voor het oor. Bij de Kreutzer sonate gingen alle remmen los, en de sonate no. 3 van Brahms werd ook voortreffelijk ten gehore gebracht. Het enige jammere vond ik, dat ze de Kreutzer sonate niet voor het laatst hadden bewaard, zoals in het programma stond. Mijn avond kan doorgaans echt niet meer stuk als het beste stuk voor het laatst blijft liggen. Maar er zijn ongetwijfeld Brahms liefhebbers die er volledig mee instemden dat Brahms voor het laatst werd bewaard.
Het tweetal kreeg een wat mij betreft welverdiende staande ovatie, en de Franse manier om te vragen om een toegift (applaus, overgaand in ritmisch handgeklap) leverde twee toegiften op. En hoewel er weinig gitaren waren te bekennen in de programmering van dit concert, was de consensus bij de aanwezigen, dat dit tot nu toe verreweg het beste concert was uit de serie “Guitares en Cormatinois”.

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 9 juli 2011

Joggen

Toen ik nog in Nederland woonde, jogde ik graag en regelmatig. Niet dat ik lid was van een atletiekvereniging die potentiële kampioenen afleverde, maar ik was wel lid van één van de honderden jogging clubjes die Nederland rijk is, zoals bijvoorbeeld in Zoetermeer de Road Runners of een amateuristische variant daarvan, RAP ‘88.
Ik heb bij beide clubs lang en prettig gelopen. Lopen was daar een sociale bezigheid, met geklets onderweg, sociaal contact ook buiten de trainingsavonden, terwijl je en passant op verantwoorde wijze de nodige kilometers aflegde om zonder veel problemen de 10 km of een halve marathon te volbrengen, in een niet onredelijke tijd. Alleen trainen voor de marathon deed ik alleen, omdat mijn tempo toch wel beduidend lager lag dan de groep die bijvoorbeeld gemeenschappelijk trainde voor de Rotterdam marathon bij de Road Runners.
In Frankrijk aangekomen, merkte ik dat het fenomeen jogging clubje daar nauwelijks bekend was. Ik trainde in het begin alleen, en dat ging toch wel redelijk goed. Ik draaide minimaal eens per week een rondje van 10 km, met ingebouwde heuveltraining, ik liep af en toe een rondje mee met kampeerders die een stukje wilden hardlopen, maar door de beugel genomen miste ik toch de gezelligheid van een grote groep. Uiteindelijk heb ik in arren moede, in mijn beste Frans, een oproep geplaatst op diverse fora, en uiteindelijk reageerde daar een trainer op van een atletiekclub in Tournus, zo’n 30 km hier vandaan. Op een maandagavond trok ik de stoute schoenen aan, en toog naar Tournus toe. Het ging maar om een heel kleine groep, die ook nog eens opgesplitst werd in kleinere groepjes. Tenslotte kwam ik in een groep met 2 lopers terecht (inclusief mezelf), waarvan de andere loper een soort mijnwerkerslampje op zijn hoofd had. En zo gingen we dan in het donker (het was in de late herfst) het nog donkerder bos in. En hoewel ik nachtblind ben, kwam ik toch zonder kleerscheuren weer het bos uit. De tweede keer was ik minder gelukkig. Bijna terug bij het vertrekpunt, struikelde ik over een boomwortel, en ging plat op mijn gezicht. Mijn “maat” wachtte weliswaar tot ik weer opgekrabbeld was, maar zei verder niets over wat er gebeurd was. Bij het clubhuis spoelde ik mijn handen af, zei “tot de volgende keer” tegen de trainer, en stapte in de auto.
En pas daar, toen ik in het autospiegeltje keek, zag ik wat er gebeurd was. Mijn neus was stevig beschadigd, zo te zien had ik een tand door mijn lip, er zat bloed over mijn hele gezicht, kortom, ik zag er uit als een professionele kroegvechter na een avondje stappen. Thuisgekomen werden de wonden verzorgd, en pas toe realiseerde ik me dat zoiets bij de Road Runners nooit had kunnen gebeuren. Als daar iemand viel, werd hij door een medeloper of -loopster, die daarvoor dus zijn of haar trainingsavond opgaf, terug gebracht naar het clubhuis en daar verzorgd, opgekalefaterd, en zonodig naar de EHBO of naar huis gebracht.
En daarna bleven één of meerdere leden in contact om te horen hoe het met je ging en wanneer je weer kwam lopen.
Uit het vorige mag men de conclusie trekken, dat ik, ondanks diverse e-mail van mijn kant, nooit meer iets van de club in Tournus gehoord heb. En ik heb het verder maar zo gelaten. Ik heb nog een tijdje geprobeerd om in mijn eentje mijn rondjes te draaien, maar de animo verdween langzaam maar zeker, en na 3 operaties, alle drie pacemaker gerelateerd, is mijn conditie tot ver onder de streep gezakt.
Maar.... ik heb onlangs besloten om me niet te laten kennen, en ben weer heel voorzichtig aan een trainingsschema begonnen. Wie weet loop ik ooit nog eens de landelijke klassieker de “2 km de Cormatin” weer in 10 minuten.....

Voor onze eigen website klik hier

zondag 3 juli 2011

Guitares en Cormatinois – Emmanuel Rossfelder

Afgelopen zaterdag was het tweede concert in de serie “Guitares en Cormatinois”, gegeven door gitarist Emmanuel Rossfelder en het Italiaanse fluitensemble Toscanini in de open lucht, d.w.z. in de ruïne van de dekenij van Saint-Hippolyte. Rossfelder is één van de steunpilaren van het festival en het ensemble is een amateurgroep van 18 meest vrouwelijke fluitisten, en de gigantische toren van de ruïne is van ver in de omtrek te zien. Het pièce de résistance van de avond zou het Concerto d’Aranjuez moeten zijn. Daar wil ik de volgende kanttekening bij plaatsen.
Ik heb in het verleden ooit een collectie aangelegd van Moessorgski’s “Schilderijen van een tentoonstelling” voor allerlei vreemde combinaties (oorspronkelijk is het een stuk voor piano). Daar zijn allereerst de bekende orkestratie van Ravel en de popuitvoering van Emerson, Lake & Palmer, maar er bestaan ook bewerkingen voor carillon, voor fanfare en carillon, voor straatorgel, enz. De meeste van deze werken zijn meer curiosa dan iets anders, hoewel doorgaans leuk om een keer te horen.
Wat mij betreft gold hetzelfde voor Rodrigo’s stuk. Een enkele van de fluitisten had moeite de juiste toon te treffen, de piccolo’s klonken vaak alsof één van de dames in het achterwerk werd geknepen door één van de heren, het arrangement was vlak of werd heel vlak uitgevoerd, en mijn indruk was dat Rossfelder meer voor de aardigheid speelde dan dat hij een serieus concert gaf. De rest van het concert door het ensemble verliep min of meer hetzelfde, alles werd erg vlak, en niet altijd even zuiver gespeeld. Overbekende stukken als Pachelbel’s canon en het allegro uit de 40ste van Mozart, die al gauw een doodgespeelde indruk wekken door hun bekendheid hadden hier extra onder te lijden.
Rossfelders routine en vakmanschap konden ook met Vivaldi’s concerto in D groot en de variaties op het
Carnaval van Venetië van Tarrega niet goedmaken dat dit concert van beduidend lager peil was dan wat we gewend zijn van Guitares en Cormatinois. Aan de ambiance lag het in elk geval niet!

Voor onze eigen website klik hier.

maandag 27 juni 2011

Guitares en Cormatinois – Alexandre Baty

Hoewel ik niet de illusie koester dat mensen speciaal voor dit festival naar Cormatin komen, is het toch goed te weten dat als je, om wat voor reden dan ook rond festivaltijd in deze hoek zit, het de moeite loont om één of meer concerten te bezoeken. Het eerste (uitstekende) concert werd gegeven in de kerk van Cormatin door Alexandre Baty, een jonge veelbelovende trompettist, die eerste werd bij internationale concoursen in Budapest en Praag, en als solist werkt bij diverse Franse orkesten. Baty gaat binnenkort naar Amsterdam, waar hij solist wordt bij het Concertgebouw Orkest. Hij werd begeleid door Véronique Goudin-Léger op de piano.
Het concert begon met het concerto voor twee trompetten en orkest van Vivaldi, waarbij Guy Touvron, artistiek directeur van het festival “Guitares en Cormatinois” en toonaangevend Frans trompettist de tweede partij voor zijn rekening nam. Vervolgens stonden op het programma het bekende trompet concerto van Haydn, een concerto van Tartini (Italiaans barokcomponist) en 2 stukken van Vassilly Brandt (1869-1923) resp. Oskar Böhme (1870-1938).
Goudin schitterde als soliste in de prélude no. 6 van Rachmaninov.
De 19de eeuwse kerk heeft een fraaie akoestiek voor dit soort muziek; het is verbazingwekkend is hoe helder de hoge noten van de trompet doorklinken in dit gebouw.
Na afloop is er dan nog een etentje voor en met musici en vrijwilligers, en hoewel ook dat zéér de moeite waard was, is dat voor de “gewone” betalende concertbezoekers helaas niet weggelegd…..

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 25 juni 2011

Spiderwoman

De publicatie van “onze” brochure het “Bulletin Municipal 2011” (Cormatin) is elk jaar weer een grote bron van vreugde. Niet alleen wordt daar uitputtend verslag gedaan van het jaarlijks opnieuw de kop opstekend vandalisme (dit jaar waren wéér de kerstversieringen het slachtoffer), maar ook van nieuwe projecten die dit jaar op stapel staan. Dus degenen die niet naar de nieuwjaarswens van de burgemeester in het dorpscentrum konden komen luisteren, kunnen hun kennis ophalen met dit kleine boekwerkje.
Eén van de hoogtepunten voor dit jaar is de start van de bouw van de nieuwe school, een project onder auspiciën van zowel de gemeentebesturen van Cormatin en Malay als van de Communauté de Communes entre Grosne et Guye (CCGG) waarvan de burgemeester van Cormatin de President is. De school moet er voor zorgen, dat de kindertjes van Cormatin zowel als van Malay klaar worden gestoomd voor het echte leven.
Een ander groot nieuw project is de bouw van een klimwand bij Ameugny. Hoewel dit ook al in het Bulletin van 2010 werd genoemd, was de 2011 editie wat specifieker. Er stond een klein kaartje bij van het gehucht bij Ameugny dat “Bois Dernier” heet, en de voormalige steengroeve van Ameugny was omcirkeld als de plaats van de toekomstige klimwand. Nu fiets ik een aantal keren per week langs de voie verte, steek de D14 over bij het Musée du Poilu, en kom derhalve vaak langs die steengroeve. Ik had daar echter nog nooit iets bijzonders opgemerkt. Onlangs echter fietste ik langs de D981 naar Cormatin, en toen viel mijn oog op een rotspartij(tje) langs de voie verte, nét zichtbaar vanaf de grote weg. Op de terugweg ging ik via het fietspad, en toen zag ik inderdaad een stukje rotswand, dat er uitzag als het restant van een steengroeve, met een lengte van zo’n 20 m oprijzen tot de duizelingwekkende hoogte van een meter of vier. Thuisgekomen ontspon zich een discussie over de mogelijkheden van de klimwand, en we kwamen min of meer tot de conclusie dat dit een veredeld klimrek zou worden voor de leerlingen van de nieuwe school.
Maar echt bevredigend was die verklaring toch ook niet, en de dag erop, toen we met de auto op stap waren naar een klant, parkeerden we op de terugweg bij Bois Dernier en liepen een stukje langs de voie verte richting Taizé. Het stukje wand, dat ik eerder vanaf de weg had zien liggen, bleek het laagste deel van een steengroeve te zijn; Vanaf daar ging de heuvel vrij steil omhoog, en tussen allerlei struikgewas en geboomte door zagen we daar een wel degelijk steile wand oprijzen, met een geschatte totale hoogte (vanaf de voie verte) van een meter of veertig. Dat leek er meer op. Vanaf de voie verte bleek het onmogelijk een fatsoenlijke foto te maken. Ik was nog steeds een beetje aan het rond kijken op de voie verte zelf, toen ik de apotheekster met haar zoontje tegen kwam. Het gesprek kwam snel op de klimwand, en ze waarschuwde me voor het gevaar dat daar dreigde: gaten in de grond, vallend gesteente, enz. Intussen was ik Sue kwijt geraakt. Die bleek via een pad bij Bois Dernier omhoog geklommen te zijn, en had de onderkant van het tweede stuk rotswand gevonden. Toen ik haar uiteindelijk bereikt had, had ik een vrij uitzicht op wat de klimwand zou gaan worden. En wie schetst mijn verbazing toen ik Sue daar, als een klein uitgevallen Spiderwoman, tegen de wand aangeplakt zag?

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 18 juni 2011

hoofdrekenen

In de serie “kransleggingen” volgt hier een uitzending mogelijk gemaakt door onze plaatselijke overheid. Op 18 juni wordt herdacht dat generaal de Gaulle vanuit Londen in 1940 zijn landgenoten opriep om op te staan tegen de bezetter. Dat resulteert in Cormatin in slechts één kranslegging, die bij Bois Dernier. Op de lage opkomst na (in totaal 14 man) gebeurde er weinig schokkends. De proclamatie van de Gaulle werd voorgelezen, uit Monsieur P.’s eeuwenoude cassettedek klonk een stukje uit een BBC uitzending van de Gaulle gevolgd door de Marseillaise, en daarna marcheerde men af richting …. Nee, niet één van de 3 gebruikelijke cafés, maar richting Camping Municipale.
Het cafetaria daar had de burgemeester attent gemaakt op haar bestaan, en aangezien het iedereen gegund wordt een graantje mee te pikken van het glaasje wijn na afloop, staat in het vervolg de camping ook op Monsieur B.’s lijst. Hij meldde zelfs hoopvol, dat we nu voor iedere kranslegging een ander café konden gebruiken, tot hij op zijn vingers aftelde dat er niet 4, maar 5 kransleggingen per jaar zijn!

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 11 juni 2011

Nouvelle Vague (deel 2 en slot)

Degenen die deze Blog op Facebook of via een e-mail vinden: voor de bijbehorende diashow moet je de “echte” Blog aanklikken.

Het feest voor de Cormatinois begon op een zonnige zaterdagochtend, rond 11 uur.
Alle “Conscrits” (die zich hadden ingeschreven, en die hadden betaald voor zichzelf en hun aanhang) verzamelden zich met hun partners, kinderen of vrienden op de parkeerplaats van het Château, en kregen hun eigen hoed en rozet uitgereikt. De jongens geboren in 2000 kregen een zwarte hoed met lichtblauw lint, de meisjes een witte hoed, mannen en vrouwen geboren in 1990 droegen een zwarte hoed met rood-wit-blauw lint, enz.
1980 ontbrak in Cormatin, maar de kleur van de hoeden was voor de diverse Classes : 1970 - oranje; 1960 - rood; 1950 - donkerblauw, 1940 - paars, 1930 en 1920 - wit met rood-wit-blauw lint. De rozetten waren meestal in de kleur van de hoeden, en toonden het jaar dat de drager 20 jaar oud was.
Het feest was niet beperkt tot Cormatinois alleen, ook de inwoners van Malay, Ameugny en Taizé waren uitgenodigd. Het ging in totaal om een kleine 30 Conscrits.




Nadat een ieder zijn of haar hoed en rozet had ontvangen, werd een optocht gevormd, die vanaf de verzamelplaats naar het eind van het dorp ging, omkeerde en eindigde bij het oorlogsmonument. Maar de optocht was geen gewone optocht. De Conscrits liepen per Classe gearmd, en elke rij maakte zowel een voorwaartse als zijdelingse beweging, waardoor de optocht zich als een soort golf (“vague”) door het dorp voortplantte. Bij het monument aangekomen werd er een krans gelegd, waarna de hele colonne zich weer in beweging zette naar het dorpshuis op de heuvel Saint-Roch voor een verre d’amitié met hapjes. Inmiddels had de aanhang zich bij de Conscrits gevoegd. Wie denkt dat het daarmee afgelopen was, had het mis. Nu was het tijd voor de groepsfoto van alle Conscrits, en voor de foto per Classe. En toen ook dat er opzat, was het tijd voor de lunch. Conscrits zowel als aanhang reden naar een restaurant in Malay, waar een copieuze 6-gangen maaltijd werd geserveerd. En alsof dat nog niet genoeg was, trad na de maaltijd een band aan die Franse chansons en cabaret ten beste gaf, waarna de aanwezigen tot in de kleine uurtjes door gingen met feesten en dansen. Wat oorspronkelijk een onschuldig feestje leek, bleek ons bezig te hebben gehouden van elf uur ’s ochtends tot een uur of drie in de vroege ochtend van de volgende dag. De lunch alleen al duurde van twee tot zes uur ’s middags.
Als zo’n traditie in Nederland had bestaan in 1965, zou ik misschien met iets meer plezier hebben terug gekeken op mijn 18 maanden bij lichting 65-5!

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 4 juni 2011

Nouvelle Vague (deel 1)

Frankrijk blijft ons verbazen. We dachten, dat we inmiddels wel op de hoogte waren van alle festiviteiten in de omgeving, tot we wéér op iets nieuws stuitten. We hadden al eerder banieren in de straten van de diverse stadjes hier in de buurt zien hangen, met het raadselachtige opschriften in de trant van “Conscrits 08” of “Classe 06”, maar we hadden dat nooit begrepen, laat staan dat we wisten dat dit een groot festijn voorspelde.
Conscrit associeerde ik automatisch met militaire dienstplicht. En aangezien ik het twijfelachtige genoegen heb gesmaakt 18 maanden hare majesteits wapenrok te mogen dragen, en daar geen enkele plezierige herinnering aan heb overgehouden, was ik niet echt benieuwd naar wat dat “feest” nou precies inhield.
Toen echter mijn partner uitgenodigd werd voor een vergadering ter voorbereiding van het feest van de Conscrits Classe 0 in de Cormatinois werd het tijd voor wat research.
De oorsprong van dit feest ligt ergens tijdens de Franse revolutie, toen de dienstplicht werd ingevoerd. Toen na verloop van tijd het aanbod de vraag begon te overtreffen, werd door loting bepaald wie moest dienen. Naar verluidt begon de traditie in Villefranche-sur-Saône. De loting vond plaats ergens in januari, en op de dag voor het vertrek naar het leger werd er feest gevierd door alle twintigjarigen. Voor de één was het feest omdat hij niet in dienst hoefde, voor de ander omdat hij volk en vaderland mocht dienen.
Hoewel de dienstplicht inmiddels al lang is afgeschaft, wordt het feest van de Conscrits nog steeds met veel verve gevierd. En niet alleen in Villefranche; het verschijnsel heeft zich inmiddels verbreidt in de Beaujolais en de Mâconnais. Ook in de Elzas is het niet onbekend. Een soortgelijk en verwant fenomeen is het feest der “Classe”, waarbij alle inwoners van een commune die in een jaar zijn geboren dat eindigt op hetzelfde cijfer (1923, 1933, ... 2003, de “Classe 3” bij voorbeeld) feest vieren op een bepaalde dag. Hier in de Mâconnais lijken beide feesten gecombineerd te zijn tot één groot feest. Wat er op zo’n dag plaats vindt, hebben we aan den lijve mogen ondervinden. Maar om de lengte van deze Blogs nog een klein beetje binnen de perken te houden, verwijs ik voor het vervolg graag naar deel 2.

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 21 mei 2011

Oud en vertrouwd

Soms raak je gehecht aan bepaalde zaken. Jarenlang gingen we op vakantie in Frankrijk, jarenlang deden we daar boodschappen bij de markt, de kleine middenstand, of soms bij een al dan niet zo grote supermarkt. Eén van de zaken waar we vaak kwamen, was de Intermarché, die als extra toevoeging de benaming “Les Mousquetaires” had. Die toevoeging heb ik eigenlijk nooit goed begrepen, maar waarschijnlijk vonden de marketingexperts van Intermarché dat de populariteit van Dumas in Frankrijk zo groot was, dat ze daar best een stukje op mee konden liften. En elke keer als we de winkel naderden, zagen we het bijgaande logo levensgroot aan de gevel prijken.
Het heeft heel lang geduurd voor ik er achter kwam dat het plaatje een musketier voorstelde. Eén musketier? Nee, het was er niet een, het waren er geen drie, nee, het waren welgeteld 16 musketiers, kortom, een heel groot peloton, of een klein regiment van dat soort kerels. Ik kan me overigens vergissen; ik tel 16 degens, maar slechts 8 neuzen. Het kan natuurlijk zijn dat elke musketier twee degens in de aanslag houdt...
Enfin, het toont, hoe onoplettend een gemiddelde klant is, waar het op reclame uitingen aankomt. Toch, na verloop van jaren, was ik aan het logo gewend geraakt. Sterker nog, ik vond het zelfs wel aardig!
Wie schetst dan ook mijn verbazing, toen dit jaar de marketingstaf van Intermarché besloot te gaan moderniseren. Er moest dus een nieuw logo komen. Deze keer gaat het om een gestileerde musketier. En hoewel de toevoeging nog steeds “Les Mousquetaires” is, gaat het dit maal ontegenzeglijk maar om één zo’n koene strijder. Mooi? Lelijk? Ach, wat zal ik er van zeggen.... Het zal wel weer een jaartje wennen worden. Maar eerlijkheidshalve moet ik wel kwijt, dat ik zonder het oude logo in het nieuwe nooit een musketier had herkend!

De website van La Tuilerie de Chazelle

zaterdag 14 mei 2011

Modern times

Opnieuw is het monsieur P. gelukt van een doorgaans saaie ceremonie iets boeiends te maken. Dit keer was het bevrijdingsdag (8 mei), iets dat in Frankrijk (m.i. terecht) nog steeds gevierd wordt. Hoewel wat talrijker dan een week geleden, was ook nu de opkomst aan de schamele kant. Doordat dit keer de Sappeurs Pompiers in wat groter getale op waren komen draven, was de stoet die zich langzaam van de Mairie naar het monument in Cormatin begaf toch nog wel het maken van een foto waard. Bij het monument werd een krukje uit de auto van monsieur P. gehaald, gevolgd door de moderne versterker met ingebouwde CD speler. Na de minuut stilte (Franse minuten, heb ik nu gemerkt, duren niet langer dan 35 seconden) en de toespraak, boog monsieur P. over naar de achterzijde van dit duivelse papparaat en begon aan knopjes te frunniken. Al snel begon het publiek zich wat ongemakkelijk te voelen, en toen er na 2 Nederlandse minuten van 60 seconden elk nog steeds geen Marseillaise klonk, kwam monsieur P. met een rood hoofd van achter de versterker te voorschijn en vroeg om assistentie van de vaandeldrager, monsieur N. Uiteindelijk schalde dan toch het Franse volkslied na 4 lange minuten over het plein voor de kerk.
Vervolgens vertrok de inmiddels gemotoriseerde cortège richting Bois Dernier. Dit maal nam monsieur P. geen risico meer. Nadat het apparaat was opgesteld, nam hij het vaandel over van monsieur N., die daarna als volleerd DJ achtereenvolgens de Chant des Partisans en de Marseillaise aan de luidspreker wist te ontlokken. Met een zucht van verlichting werd de vergadering opgebroken, en toog een ieder met vreugde in het hart over de goede afloop naar Les Blés d’Or voor een hapje en, belangrijker, een drankje….

Voor onze eigen website klik hier.

maandag 9 mei 2011

Wie neemt de uitdaging aan?

Sue heeft, bij de opening van ons camping seizoen, weer een blog bij elkaar geschreven over een nieuwe prijs verworven door één van onze kampeerders, en aangezien zij dat op onnavolgbare wijze in het Engels doet, voel ik me geroepen om voor degenen die niet zo goed met Engels overweg kunnen een povere vertaling daarvan te geven. Daar gaat-ie dus, met een tussentijdse extra-editie!

Hoewel de camping officieel nog gesloten was, deden Mijntje en Janine een gooi naar het record van het langste verblijf ooit op de camping, dat sinds 2007 op naam van Marilou en Niek stond met 25 nachten.
De dames hadden kosten noch moeite gespaard om een gooi naar dit record te doen. Kwantitatief leek het snor te zitten: aanvankelijk zouden er 4 personen arriveren van zondag t/m zondag, en op woensdag zou een versterking van nog eens 2 personen op komen draven.
Kwalitatief zag het er nog beter uit: hoe kun je beter een jury beïnvloeden dan aan te komen met een kruik Bols Corenwyn en een pot Nederlandse pindakaas? Ondanks het onderduiken van één van de kampeerders in een gîte die door een ander van het Mijntje / Janine consortium was gehuurd, en het voortijdig afbreken van één tent, mocht dat de pret niet drukken: zelf zonder versterking hadden de dames het respectabele aantal van 4 * 7 = 28 tentnachten bij elkaar geslapen.
Wat ze zich niet hadden gerealiseerd, was dat of je nu met 2 man of met een heel leger aan kwam zakken, categorie 1 bepaald wordt door het aantal aaneengesloten nachten op de camping door één partij: en hoe je het ook wendt of keert, je komt dan echt niet verder dan 7 nachten!

Toch vond de jury dat hun poging beloond moest worden, al was het maar met de poedelprijs die de poëtische titel draagt van “Naar Goeddunken van de Jury Uitgereikte Prijs voor een Opmerkelijke Prestatie met Betrekking tot het Kamperen in de Onmiddellijke Omgeving van Cormatin, Taizé en Ommelanden”, kortweg “NGJUPOPBKOOCTO”. De prijs is dan ook, de avond voor vertrek, feestelijk uitgereikt aan dit charmante stel.

Dit gezegd hebbende, is de jury toch licht teleurgesteld dat de dames hun goede positie in de categorieën 2 en 3 (het grootste aantal tentnachten resp. het grootste aantal bezoeken) niet verder consolideren dit jaar: ze komen “pas” volgend jaar weer terug.

De familie uit Dirksland komt dit jaar opnieuw de omgeving onveilig maken, en die hebben een naam op te houden in categorie 2. Maar ook daar zijn kapers op de kust, aangenomen dat die de juiste strategie volgen.
De categorie die nog het meest open ligt is categorie 3. Hans en Joke waren hier leidinggevend, maar dat kan snel veranderen als een van de andere kanshebbers er een kampeervakantie in Chazelle tegenaan gooit.

Zoals uit deze blog blijkt, valt er qua kampeerkampioenschap dit jaar best nog wel wat te verhapstukken.

Wie de stand van vorig jaar nog even wil bestuderen, kan hier klikken, en voor meer informatie betreffende onze camping en gîtes kan men hier
terecht.

zaterdag 7 mei 2011

!What the folk?

Dat Fransen gek zijn op woordspelingen is iets dat me blijft amuseren. Soms zijn het, althans dat is mijn mening, geen onaardige vondsten, zoals “Aux Berges de la Grosne” (Aan de oevers van het riviertje de Grosne) dat net zo wordt uitgesproken als “Auberge de la Grosne” (Herberg aan de Grosne), voor een inmiddels ter ziele gegaan restaurant vlakbij dat riviertje.
Bedenkelijker wordt het, als ze woordspelingen of reclamekreten gaan gebruiken die voor Engels door moeten gaan. Vorig jaar werd in Tournus een supermarkt geopend die “Simply” heet, en die als slogan het even nietszeggende als grammaticaal onjuiste “Be simply, be happy” heeft. Een andere club organiseert een ludiek zomerfestival onder de titel “On the road a game”, een woordspeling op de zestiger jaren hit van Canned Heat “On the road again” (1968). De beste in dit genre is ongetwijfeld "!What the folk?", de naam van een band uit de omgeving die gespecialiseerd is in volksmuziek; let ook op het gebruik van de leestekens. Ik ben er bijna zeker van dat "What the f*ck" een uitroepteken hoort te hebben in plaats van een vraagteken!
Bestaat er een wedstrijd voor het inbedden van zoveel mogelijk woordspelingen op een reclame bord? Als dat zo is, wint “Le Papillon” waarschijnlijk de eerste prijs. Dat is een café annex tearoom uit Bissey-sur-Fley, die binnenkort zijn deuren opent in het voormalige “Aux Berges de la Grosne”. Niet alleen heeft “Le Papillon” de spelling van de naam veranderd in “Le Pap Y llon”, zodat de Y mooi voorgesteld kan worden als een schuimend glas bier, maar er is meer dan dat.
Waar het woord “Bièrexquise” op slaat weet ik niet (misschien op “Exquisite beer”?), maar convivialithé slaat ongetwijfeld op de gezelligheid die met thee drinken gepaard dient te gaan. Deze is bijna nog “leuker” dan de “speciali-thés” van het oorspronkelijke bord! Misschien iets voor Job Cohen, als die hier in de buurt is? À propos: na het schrijven van deze blog kwam ik er achter, dat de eigenaars niet Frans zijn, maar Duits!

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 30 april 2011

Het seizoen is weer geopend!

Het jachtseizoen is inmiddels gesloten, en dat betekent dat het kransleggingenseizoen weer is geopend.
De laatste blog over een kranslegging dateert alweer van juli 2010, tijd dus voor een update. De laatste zondag van april is de officiële Franse herdenkingsdag voor de gedeporteerden uit de tweede wereldoorlog. Dat viel dit jaar samen met eerste paasdag, reden waarschijnlijk waarom ondanks het stralende weer slechts een handvol van de vaste gasten aanwezig was. Of kwam het juist door het mooie weer? Hoe het ook zij, om 9h55, slechts 10 minuten later dan gepland, reed een kleine stoet auto’s richting monument voor de gedeporteerden in Bois Dernier. Het is elke keer weer een verrassing wat er nú weer mis gaat tijdens de plechtigheid, en ik keek dan ook vol verwachting uit naar welke versterker er nu weer gebruikt zou gaan worden voor het spelen van o.a. de Marseillaise.
Monsieur P.’s oude auto stond geparkeerd vlakbij het monument, er was geen draagbare moderne versterker in zicht, dus werd het opnieuw een poging om de aanwezigen à capella de Marseillaise te laten zingen?
De krans werd gelegd door Monsieur P., een overlevende van Buchenwald, bijgestaan door L., wiens ouders gedeporteerd waren en nooit terug kwamen. Na de obligate speech, gedicteerd door Parijs, liep Monsieur P. naar een heg langs de rand van het monument, drukte op een knop van het in de heg verborgen apparaat, en als vanouds klonk daaruit de krakende en steunende versie van het Franse volkslied.
Heb ik in het verleden mijn toevlucht moeten nemen tot foto trucage (een foto van één van mijn oude transistor radio’s met ingebouwde cassette speler op de hoedenplank van mijn auto), dit keer was ik in staat het enige echte apparaat te fotograferen.
Dat deed ik, terwijl Monsieur P. de speech uit Parijs voorlas. Waarna gewoontegetrouw een vin d’amitié werd genuttigd in Café de la Poste. En omdat er maar zo weinig mensen aanwezig waren, en de wijn van te voren besteld was, waggelden anderhalf uur later de meeste kransleggers, verre van nuchter, huiswaarts…

Voor onze eigen website klik hier.

zaterdag 23 april 2011

Jazz et Caetera

Al eerder heb ik geprobeerd wat aandacht te besteden aan het jazzleven in dit deel van Frankrijk; zie daarvoor de volgende artikelen over de Crescent Jazzclub in Mâcon en Jazz à Trivy. De laatste serie (ca. 5 concerten per seizoen) kan bogen op concerten door een aantal internationale artiesten, zoals recentelijk van de organiste Rhoda Scott.
In Cluny vindt jaarlijks het festival Jazz Campus en Clunysois plaats, waarbij de eerlijkheid mij gebiedt te zeggen dat ik door omstandigheden nog nooit naar enig concert van dit festival ben geweest. Het feit dat ik noch goed ingevoerd ben in de Franse jazz scene, noch dat ik erg geïnteresseerd ben in de workshops (stages) rondom het festival, helpen daar niet echt bij.
Hetzelfde geldt een beetje voor een ander festival hier in de buurt, Jazz à Couches. De programmering bevat een relatief groot aantal big bands, en je kunt je afvragen of het tegenwoordig nog mogelijk is om een goede big band op de been te houden, waar het vroeger al heel moeilijk was. Daar komt dan nog bij dat Couches weliswaar in Saône-et-Loire ligt, maar niet echt naast de deur is.
Een andere organisator van goede jazz concerten is de stichting Jazz et Caetera. Helaas heeft deze stichting geen levende website (meer), maar de papieren of elektronische nieuwsbrief werkt gelukkig wel. In tegenstelling tot een tijd terug worden er nu concerten georganiseerd door de hele regio. Toen ze zich nog beperkten tot het Château de Dravert in La Guiche, heb ik daar ooit een uitstekend concert bijgewoond van René Urtreger, de pianist die onder andere met Miles Davis samen heeft gewerkt aan de legendarische soundtrack van “Ascensceur pour l’échafaud”. De in Frankrijk bekende vibrafonist Michel Hausser trad op in Château de Dravert, en onlangs waren er twee concerten van de Oostenrijkse boogie woogie pianist Martyn Pyrker, één in een café in Cluny en één in Messeugne.
Weliswaar is het moeilijk vol te houden dat boogie woogie tot de toonaangevende jazzrichtingen behoort, maar zeg nou zelf, is het niet aardiger om voor de verandering eens een avondje naar goede kwaliteit, hoewel ietwat belegen, “oude stijl” jazz te luisteren in een aangename ambiance, dan om een CD met meer eigentijdse jazz in de speler te parkeren?

Voor onze eigen website klik hier

zaterdag 9 april 2011

Wijntje en Trijntje beminnen

Als we Trijntje er gemakshalve maar even buiten laten, valt er over Wijntje in dit gebied best wel wat zinnigs te vertellen. Niet dat ik ook maar pretendeer iets van wijn af te weten, maar zelfs iemand die alleen maar de Bourgondische drinkebroer uithangt kan toch nog wel iets zinnigs over de wijn hier in de directe omgeving vertellen. De meeste mensen die hier wonen willen je graag advies geven over de beste caves, en die verkopen vaak ook tegen beste prijzen. Wij kijken daar wat anders tegenaan. Als mensen ons om advies vragen, weten ze er doorgaans nog minder vanaf dan wij, en onze raad weerspiegelt dat. Onze ervaring heeft ons geleerd dat je voor een goede witte Bourgondische wijn niet ver hoeft te zoeken. In de caves van Viré, Lugny, Chardonnay, Bray, enz. vind je uitstekende witte wijnen tegen een heel redelijke prijs. Je kunt overal proeven, dus een keuze maken wordt dan (misschien) minder moeilijk.
Voor wat de rode wijnen betreft, ligt dat, vinden wij, wat lastiger. Als je geen kapitaal uit wilt geven aan echte goede Bourgondische rode wijnen, zoals de wijnen uit de omgeving van Beaune, wordt de keuze al een stuk moeilijker. Wij vinden de goedkopere, maar nog best wel prijzige Mâconnais wijnen wat laf en waterig, en kopen die dus eigenlijk liever niet. Dat gezegd hebbende, Monsieur Lafarge, die een cave bezit in Bray (een steenworp hier vandaan) kan voor rond de € 8.00 een heel acceptabele lekkere volle rode wijn op tafel zetten. Maar, net als met de meeste caves, beperkt zijn aanbod zich tot de eigen rode en witte wijnen. Zijn cave heet voluit Domaine de la Combe de Bray. Mensen die echt wat te kiezen willen hebben, verwijzen wij vaak naar de Cave Martailly-sous-Brancion. Daar hebben ze een ruime keus, niet alleen Mâconnais wijnen, maar ook wijnen uit de Côte d’Or.
En dan zijn er altijd nog de mensen die het liefste met een jerrycan naar een cave gaan met de opdracht “gooi maar vol met super”. Voor dat soort klanten is de Cave Cooperative in Saint-Gengoux-le-National (een filiaal van die in Buxy) ideaal. Voor een lekkere goede tafelwijn, met een soort benzinepompkraan in een jerrycan gegoten, betaal je tussen de 1 en 2 euro per liter. De wijnen uit de pomp komen overigens niet uit de regio; voor die prijs doen de Bourgondische wijnboeren het niet, want die verdienen veel meer aan hun AOC wijnen. De pompwijnen komen dan ook uit andere delen van Frankrijk, waar de wijnproductie dermate hoog is, dat ze ook nog wel wat voor een zacht prijsje naar Bourgogne kunnen exporteren!
Overigens organiseert de Cave Cooperative (meestal, maar niet altijd die in Buxy) ook regelmatig dégustations, waarbij een deskundige medewerk(st)er een aantal wijnen laat proeven, die goed samen gaan met een bepaald gerecht. De laatste keer dat wij er waren, volgden de hapjes en bijbehorende wijnen het patroon van de gemiddelde Franse maaltijd, dus voorgerecht, vleesgerecht, visgerecht, kaas en een zoeter toetje. En ik moet zeggen, de dame in kwestie (in dit geval Nadia van de Cave in Saint-Gengoux) deed een boeiende presentatie over zowel de wijnen als de gerechten, waarbij wij eindelijk eens niet het idee hadden dat er alleen maar een snobistische blaaskaak aan het woord was, die er slechts woorden als “volle afdronk” en “fruitig bouquet” uit kon braken met het daarvoor benodigde bekakte accent.

Voor onze eigen website klik hier