zaterdag 6 november 2010

Lekker vies!

Wie ooit weleens langer in het buitenland heeft vertoefd weet min of meer wat er komen gaat. Want hoe avontuurlijk je ook bent, er zijn altijd culinaire hoogstandjes, of simpele lekkernijen in de internationale keuken die er bij een buitenlander niet in gaan.
Bekende voorbeelden uit het Nederlandse eet- en snoeprepertoire zijn uiteraard drop en rauwe, en voor sommige buitenlanders ook zure haring. Ik heb zelf een redelijk ruime ervaring opgebouwd op internationaal gebied wat eten betreft. Voordat ik voor mijn werk in Singapore terecht kwam, was ik een echte Nederlander; een jongen van de gestampte pot, voor wie een nasi goreng bij de “Chinees” om de hoek het toppunt was van culinair avonturisme. In Singapore, met zijn echt multi-culturele keuken, maakte ik voor het eerst kennis met Maleis en Indiaas eten, de Euro-Aziatische keuken, en de verschillende Chinese keukens (zoals Hainan, Peking, Canton, Cheochew, enz). Niet alleen eet je daar “anders” (Maleis met je rechterhand, Indiaas met je rechterhand van een bananenblad, Euro-Aziatisch met vork en lepel, Chinees uit een rijstkom en vanaf borden op tafel met stokjes) maar ook heel andere zaken. Dingen waar ik redelijk van gruwde waren o.a. zeekomkommers en kleine hapklare kubusjes opgedroogd bloed.
Via mijn Britse wederhelft kwam ik in aanraking met weer andere zoniet vieze, dan toch wel zaken waar een Brit opgewonden van raakt, terwijl een Nederlander het eigenlijk liever laat staan. Ook hier weer overbekende zaken, zoals Christmas pudding, Christmas cake en marmite. Maar ook de rest van het jaarlijkse eetfestijn, de kerstlunch, laat ik liever aan me voorbij gaan. Als kind vond ik spruitjes al niet lekker, laat staan spruiten zo groot als tennisballen (dat zijn de lekkerste, volgens welingelichte kringen).
En wat is er dan zo speciaal aan een kerstlunch, met kalkoen (geef mij maar een lekker biefstukje), gravy (heeft niets met Nederlandse jus te maken), kalkoenvulling (een enkele variëteit is wel lekker), spruiten (zo groot mogelijk), geroosterde aardappels (wel lekker, maar niet iets voor een hoogtijdag), aardappelpuree (idem), wortels (idem) en geroosterde pastinaken (idem)? Iets wat een hele natie op dezelfde dag rond hetzelfde uur eet - is dat niet beangstigend?
Maar ook de Fransen kennen zaken waarvoor een zichzelf respecterend buitenlander de neus optrekt. In dit deel van Frankrijk wordt bij elke min of meer feestelijke gelegenheid brioche geserveerd, een gortdroge, smakeloze cake, vaak in de vorm van een tulband. Uit ervaring weet ik dat dat er bij onze Franse vrienden in gaat als Gods woord bij een ouderling. Haast nog erger is andouilette, een soort worst gemaakt van allerlei soorten ingewanden.
Mijn partner had al eens verteld dat ze die ooit in Arles had geprobeerd en daarna had weggegooid. We zijn beiden dol op haggis, een Schots gerecht op basis van reserveonderdelen van dieren, dus wist ik dat het geen aanstelleritis was. Maar ik wilde het toch ook wel eens proberen. We kochten een blikje met andouilettes, vrij dure, om er zeker van te zijn dat we geen inferieure kwaliteit zouden proberen. Die gingen op de barbeue, en van de vier uit het blikje heb ik er, met de moed der wanhoop, twee gegeten. En hoewel ik een groot tegenstander ben van het weggooien van eten, zijn de overige twee in de kiebelton verdwenen. Ze smaakten eigenlijk naar niets, de consistentie was acceptabel, maar de weeë lucht die tijdens het eten ervan steeds penetranter leek te worden, vergalde mijn eetlust behoorlijk. En andouilette is een specialiteit uit o.a. Lyon, waar elke rechtgeaarde Fransman de vingers bij aflikt. Gelukkig hebben we inmiddels een kat. Als we per ongeluk nog eens zo’n fout maken, kunnen we er misschien Fifi nog een plezier mee doen....

De website van La Tuilerie de Chazelle

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen