zaterdag 9 juli 2011

Joggen

Toen ik nog in Nederland woonde, jogde ik graag en regelmatig. Niet dat ik lid was van een atletiekvereniging die potentiële kampioenen afleverde, maar ik was wel lid van één van de honderden jogging clubjes die Nederland rijk is, zoals bijvoorbeeld in Zoetermeer de Road Runners of een amateuristische variant daarvan, RAP ‘88.
Ik heb bij beide clubs lang en prettig gelopen. Lopen was daar een sociale bezigheid, met geklets onderweg, sociaal contact ook buiten de trainingsavonden, terwijl je en passant op verantwoorde wijze de nodige kilometers aflegde om zonder veel problemen de 10 km of een halve marathon te volbrengen, in een niet onredelijke tijd. Alleen trainen voor de marathon deed ik alleen, omdat mijn tempo toch wel beduidend lager lag dan de groep die bijvoorbeeld gemeenschappelijk trainde voor de Rotterdam marathon bij de Road Runners.
In Frankrijk aangekomen, merkte ik dat het fenomeen jogging clubje daar nauwelijks bekend was. Ik trainde in het begin alleen, en dat ging toch wel redelijk goed. Ik draaide minimaal eens per week een rondje van 10 km, met ingebouwde heuveltraining, ik liep af en toe een rondje mee met kampeerders die een stukje wilden hardlopen, maar door de beugel genomen miste ik toch de gezelligheid van een grote groep. Uiteindelijk heb ik in arren moede, in mijn beste Frans, een oproep geplaatst op diverse fora, en uiteindelijk reageerde daar een trainer op van een atletiekclub in Tournus, zo’n 30 km hier vandaan. Op een maandagavond trok ik de stoute schoenen aan, en toog naar Tournus toe. Het ging maar om een heel kleine groep, die ook nog eens opgesplitst werd in kleinere groepjes. Tenslotte kwam ik in een groep met 2 lopers terecht (inclusief mezelf), waarvan de andere loper een soort mijnwerkerslampje op zijn hoofd had. En zo gingen we dan in het donker (het was in de late herfst) het nog donkerder bos in. En hoewel ik nachtblind ben, kwam ik toch zonder kleerscheuren weer het bos uit. De tweede keer was ik minder gelukkig. Bijna terug bij het vertrekpunt, struikelde ik over een boomwortel, en ging plat op mijn gezicht. Mijn “maat” wachtte weliswaar tot ik weer opgekrabbeld was, maar zei verder niets over wat er gebeurd was. Bij het clubhuis spoelde ik mijn handen af, zei “tot de volgende keer” tegen de trainer, en stapte in de auto.
En pas daar, toen ik in het autospiegeltje keek, zag ik wat er gebeurd was. Mijn neus was stevig beschadigd, zo te zien had ik een tand door mijn lip, er zat bloed over mijn hele gezicht, kortom, ik zag er uit als een professionele kroegvechter na een avondje stappen. Thuisgekomen werden de wonden verzorgd, en pas toe realiseerde ik me dat zoiets bij de Road Runners nooit had kunnen gebeuren. Als daar iemand viel, werd hij door een medeloper of -loopster, die daarvoor dus zijn of haar trainingsavond opgaf, terug gebracht naar het clubhuis en daar verzorgd, opgekalefaterd, en zonodig naar de EHBO of naar huis gebracht.
En daarna bleven één of meerdere leden in contact om te horen hoe het met je ging en wanneer je weer kwam lopen.
Uit het vorige mag men de conclusie trekken, dat ik, ondanks diverse e-mail van mijn kant, nooit meer iets van de club in Tournus gehoord heb. En ik heb het verder maar zo gelaten. Ik heb nog een tijdje geprobeerd om in mijn eentje mijn rondjes te draaien, maar de animo verdween langzaam maar zeker, en na 3 operaties, alle drie pacemaker gerelateerd, is mijn conditie tot ver onder de streep gezakt.
Maar.... ik heb onlangs besloten om me niet te laten kennen, en ben weer heel voorzichtig aan een trainingsschema begonnen. Wie weet loop ik ooit nog eens de landelijke klassieker de “2 km de Cormatin” weer in 10 minuten.....

Voor onze eigen website klik hier

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen