zaterdag 19 december 2009

Dat was eens, maar nooit weer! (deel 1)

Een ander typisch Frans fenomeen is ‘affouage’. In de bosrijke gebieden van Frankrijk hebben de communes het recht, in samenwerking met de boswachter van Staatsbosbeheer, een gedeelte van het bos dat uitgedund moet worden aan te wijzen en dat door de bevolking te laten uitdunnen. Affouage is overigens wel aan strikte regels gebonden. De bevolking kan zich, meestal rond september inschrijven. De boswachter bepaalt welk deel van het bos uitgediend moet worden, en verdeelt dat stuk in een aantal percelen gelijk aan het aantal mensen dat zich ingeschreven heeft. De percelen hebben een nummer, en bij loting wordt er bepaald wie welk perceel toegewezen krijgt. In Cormatin waren er ca. 18 ingeschrevenen, en er waren dus 18 percelen beschikbaar, à € 35 per perceel. De grootte van de percelen bedroeg ruwweg 30 x 30 m (van paal 7 tot waar ik sta), dus een kleine 1000 vierkante meter. Op dat perceel moest alles gekapt worden met een diameter kleiner dan 25 cm; de boswachter had een aantal grotere bomen gemerkt die ook om moesten. Takken en twijgen mochten, netjes gestapeld, blijven liggen, of verbrand worden. Er mocht tot in april gehakt en gezaagd worden, en het hout mocht tot september in het bos blijven liggen. Daarna moest het afgevoerd worden.
We hadden er uiteraard geen idee van wat dat in de praktijk in hield, maar het klonk best wel aantrekkelijk. We wonen in een gebied waar weliswaar stromend water uit de kraan komt, elektriciteit (overigens in 3 fasen) aangeleverd wordt, en telefoon en zelfs ADSL aanwezig is, maar daar houden de zegeningen van de Westerse beschaving toch wel zo’n beetje op. We voeren weliswaar niet af op een beerput, maar een septic tank is niet zo heel verschillend, en voor de aanlevering van gas zijn we aangewezen op gasflessen, die we bij de supermarkt kopen. Stoken doen we dan ook volledig op hout. Elektrische verwarming is peperduur, en verwarming op gas idem. We hebben 2 houtkachels, en een paar moderne petroleumkachels voor noodgevallen waar nodig (zoals in de studeerkamers), en daar moeten we het ’s winters warm mee zien te krijgen. Dat lukt overigens prima. Maar zo’n buitenkansje, € 35 euro voor een stuk bos, kun je niet laten lopen. Een globale schatting, aan de hand van een geschatte aantallen bomen, lengtes en diameters leverde op dat we dachten toch wel tussen de 10 en 20 stère te kunnen scoren. 1 Stère is zoveel hout als je in een kist van 1 kubieke meter kunt proppen, en varieert dus tussen 0.6 en 0.8 echte kubieke meter, afhankelijk van hoe je stapelt.
Wetend dat we ’s winters door 6 à 8 stère à € 50 per stère raasden, was de kogel snel door de kerk, togen we naar de mairie, betaalden we onze € 35, en voelden we ons grootgrondbezitters met een stuk bos erbij.
(Wordt vervolgd - over 1 week)

De website van La Tuilerie de Chazelle

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen