zaterdag 1 januari 2011

Ken ik jou niet ergens van?

Ik kreeg opeens een licht gevoel van déjà vu toen er een e-mail binnen kwam met kerstgroeten van iemand uit een dorp ergens in het verre Friesland. Wij krijgen hier beroepshalve elk jaar aardig wat mensen over de vloer, met even zovele verschillende namen, maar sommige namen blijven, om uiteenlopende redenen, hangen. De afzender van de mail was een vrouw die hier met haar man begin juli had gekampeerd.
Iets eerder was onze poes Fifi bevallen van een vierling, en werd vervolgens gesteriliseerd (mosterd na de maaltijd?) en werd kort daarna waarschijnlijk aangereden door een auto. Gelukkig waren de jonge poesjes tegen die tijd klaar om de wijde wereld in te trekken, zodat Fifi min of meer ongestoord in een kooi van 1 x 1 m bij kon komen van haar enerverende avonturen. Tot die tijd verbleven de poesjes bij hun moeder in haar appartement, een hok onder de trap naar onze voordeur. Als ze niet sliepen of dronken, hingen ze daar ongelofelijk de beest uit. Gelukkig was het een mooie zomer, waardoor we veel buiten zaten, en we lieten als het enigszins kon de poesjes en Fifi dan vrij rondlopen. Ze sliepen, dronken en speelden dan heel enthousiast rond onze tafel en stoelen. Veel kampeerders maakten een omweg als ze van hun tent naar het toiletblok gingen, niet zozeer om even een praatje met ons te maken, dan wel om even met de poesjes te spelen. We probeerden overigens wel (om voor de hand liggende redenen) de poesjes zoveel mogelijk uit de buurt van de tenten te houden, en hadden bij de plaatselijke middenstand advertenties opgehangen, terwijl we ook de kampeerders probeerden te interesseren in het adopteren van een poesje.
Geen van onze kampeerders bleek erg graag huiswaarts te keren met een jong poesje onder de arm, totdat Ina L. langs kwam om af te rekenen. Terloops merkte ze op, dat ze wel interesse had in de “kleine lichtgrijze”, bij ons bekend als “Dopey”. Met enig weemoed namen we afscheid van kampeerders en poes, en haar 2 zusjes en broertje vonden spoedig een onderkomen bij mensen uit dorpen in de buurt. Tot zover ons weeshuis voor poezen: weliswaar hadden ze een moeder, maar de vader was ooit één keer langs geweest en vond dat blijkbaar meer dan welletjes.
De kerstkaart bleek niet de geijkte afbeelding te zijn van een versierde kerstboom in volle glorie. Nee, de foto toonde, zittend onder een kerstboom waarvan nog net een tak zichtbaar was, een kat die erg veel leek op onze Fifi. En omdat ik een dwangneurose heb als het aankomt op het archiveren van van alles en nog wat, kostte het me slechts luttele seconden om een jeugdfoto op te diepen van Dopey, die blijkens de kerstkaart de omgeving van een Fries dorp onveilig maakt onder de naam “Sue”. Of je nou blij moet zijn met het feit dat je de onsterfelijkheid in gaat doordat iemand een poes naar je heeft vernoemd, blijft overigens zeer de vraag.....

Voor onze eigen website klik hier

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen