zaterdag 4 juli 2009

Gezondheidszorg en taalperikelen

Eind juli vorig jaar werd ik opgenomen in een Frans ziekenhuis.
De reden daarvoor was een beetje vaag en gecompliceerd; het kwam er in het kort op neer, dat ik na een heftige allergische reactie op een insectenbeet op de intensive care in Mâcon terecht kwam. Daar vonden ze mijn hartslag veel te traag (en dat had dus niets meer met de insectenbeet van doen), zodat ik overgebracht werd naar de intensive care in Chalon-sur-Saône. De chirurg voor dit soort akkefietjes in Mâcon was namelijk op vakantie. Enfin, een week later was ik weer thuis, én in het bezit van een pacemaker. Na de eerste controle leek alles in orde, en ik ging min of meer onbezorgd de winter in.
In januari begon zich een rood plekje te openbaren, en in februari zat ik weer bij de huisarts, dit keer met een pacemaker die gewoon zichtbaar was door een gat in de huid. Een half uur na de visite aan de huisarts lag ik wéér op de intensive care in Chalon. De verpleegsters herkenden me zelfs nog, waarschijnlijk als die Nederlander met die gekke, onuitspreekbare naam, die het Frans onweerstaanbaar kon verhaspelen. Dit keer duurde mijn verblijf echter geen kleine week, maar een volle drie weken.
En drie weken is een lange tijd; zelfs het mooie uitzicht op de kathedraal van Chalon doet daar niets aan af!
De gezondheidszorg in Frankrijk is uitstekend geregeld. Je wandelt naar de dokter, hij leest je Carte Vital (verzekeringsbewijs) in, je betaalt € 22, en korte tijd later staan de € 22 weer op je bankrekening. In de apotheek : hetzelfde recept, maar daar betaal je niets. Zij vereffenen het bedrag rechtstreeks met de verzekering. In het ziekenhuis geldt hetzelfde verhaal. Ook daar heb ik nooit een rekening van gezien.Als ik de gruwelverhalen over Nederlandse ziekenhuizen moet geloven (gelukkig weet ik niets uit eigen ervaring), met ondervoede patiënten, patiënten die door ziekenhuisgangen dolen op zoek naar hun kamer, enz., is het in Frankrijk beduidend beter geregeld. Een overmaat aan staf, waarvan ieder lid weet wat je mankeert, en je goed in de gaten houdt, zorgt ervoor dat je je heel veilig en goed verzorgd voelt. Grappig is ook hoe doktoren zich erg “Frans” gedragen met betrekking tot maaltijden. In mijn geval moest eerst de oude pacemaker verwijderd worden, daarna moest ik 2 weken aan de antibiotica, en tenslotte zou ik een nieuwe pacemaker krijgen. ’s Ochtends, vóór de eerste operatie, kwam de chirurg even langs om te zeggen dat ik rond lunchtijd geholpen zou worden. Echter, lunchtijd kwam en ging, maar geen spoor van een mogelijke afvoer naar de OK. Ik moest overigens wel nuchter blijven vanaf middernacht de vorige dag!
Uiteindelijk kwam rond 18h00 de chirurg langs om te vertellen dat ze nogal wat spoedgevallen hadden gehad, maar dat hij rond 19h00 zou opereren. Uiteindelijk werd ik rond 20h00 naar de OK afgevoerd, en om 21h30 was ik weer op zaal. Op de hartafdeling in Chalon lig je met maximaal 2 man per zaal. Ik had het geluk dat ik de meeste tijd alleen lag. Enfin, rond 22h00 kwam de dokter nog even langs, en zijn eerste vraag was, of ik geen honger had. Ik lustte inmiddels wel wat, en hij regelde via een verpleegster nog een kom soep, een kop koffie en wat stokbrood met (Franse) kaas voor me. De tweede operatie vond ’s ochtends rond 9h00 plaats, en de chirurg moest daarna gewoon verder met opereren. Toen ik terug op de zaal kwam, en ik aan de zuster om wat te eten vroeg, kreeg ik te horen dat ik tot twee uur na de operatie niets mocht eten! De verplegende staf was duidelijk Roomser dan de chirurg. Ondanks een beperkte kennis van het Frans - en zelfs na 4 jaar verblijf, 4 jaar Franse les van een Française, en 4 jaar uitsluitend TV1, TV2 en TV3 zou ik niet durven suggereren dat ik vloeiend Frans spreek - liep de communicatie tussen de verpleegsters en mijzelf redelijk goed, en niet in de laatste plaats vanwege het geduld van de laatsten.
Maar er gaat toch wel eens wat de mist in. Meteen na de operatie mocht ik niet zelf uit bed naar het toilet, maar moest ik om een “stoel” vragen. Dat was voornamelijk omdat ik met allerlei slangen en tubes aan een infuus lag. Ik was er inmiddels wel achter gekomen hoe een kleine boodschap heette. Dat was “Faire pipi”, hoewel ik dat erg kinderachtig vond klinken. Maar hoe heette de grote boodschap? Een woordenboek moest uitsluitsel geven.
Mijn Wolters’ Sterwoordenboek gaf “(kindert) faire caca” en “(pop) chier”. Waarom zou je kindertaal gebruiken als je ook populaire taal kon gebruiken? Ik vertelde de verpleegster dan ook dat ik gaarne even zou willen “chier”. Terwijl mijn kamergenoot het bijna in zijn broek deed van het lachen, maakte de verpleegster het mij héél duidelijk dat dat woord niet gebruikt mocht worden op zaal; ik kon me voortaan maar beter met kindertaal behelpen.
Toen ik een dag later mijn van Dale woordenboek op mijn nachtkastje had liggen, zag ik dat “chier” daar als vulgair werd afgeschilderd…..
Inmiddels had mijn trouwe assistente Sue voor een van het Internet geplukte woordenlijst Engels - Frans met ziekenhuisuitdrukkingen gezorgd, een soort “Wat en hoe” dus, met uitdrukkingen als “zeurende pijn”, “stekende pijn”, etc.
Ik droeg in bed een soort groen hemd, dat met een drukknoop op de rug sloot, en ik wilde een schoon. In mijn woordenlijst vond ik het woord “casaque” voor operatiehemd. Aangezien ik een schoon hemd wilde vroeg ik de verpleegster om een “casaque propre”. Er waren op dat moment twee verpleegsters op zaal. Eén lag volledig in een deuk, en de andere vroeg hoe laat de race was en welk rugnummer ik wilde. Alweer, via van Dale vond ik uit, dat om een jockeyjasje had gevraagd.
De moraal van dit verhaal:
Geloof niet alles wat van Internet af komt, en als je een buitenlands ziekenhuis in draait, neem dan een betrouwbaar woordenboek mee!
De website van La Tuilerie de Chazelle

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen